Deze civiele zaak betreft vijf effectenleaseovereenkomsten tussen Dexia en een consument, tot stand gekomen via de tussenpersoon Top Investments. De kern van het geschil is of Dexia onrechtmatig heeft gehandeld door het toestaan van advisering door een tussenpersoon zonder vereiste vergunning, terwijl Dexia hiervan op de hoogte was of had moeten zijn.
In eerste aanleg oordeelde de kantonrechter dat Dexia onvoorwaardelijk was gevrijwaard voor twee overeenkomsten, maar voor drie overeenkomsten voorwaardelijk aansprakelijk was, onder de voorwaarde dat Dexia de schade vergoedt. In hoger beroep heeft het hof het vonnis bekrachtigd. Het hof oordeelde dat de tussenpersoon vergunningplichtig advies heeft gegeven, dat Dexia hiervan wist of had moeten weten, en dat Dexia daardoor onrechtmatig heeft gehandeld. De stuitingshandelingen van de consument voorkwamen verjaring van de vordering.
Daarnaast werd geoordeeld dat het fiscale voordeel van de eerste twee effectenleaseovereenkomsten moet worden betrokken bij de berekening van het batig saldo. Dexia werd veroordeeld in de proceskosten van het principaal hoger beroep, terwijl het incidenteel hoger beroep van de consument werd verworpen. Het arrest is uitvoerbaar bij voorraad.