Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 9 juni 2026
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur
Procesverloop
€ 116 belastingrente in rekening gebracht (de beschikking belastingrente).
Gerechtshof Den Haag
Belanghebbende was in 2020 voor 50% eigenaar van de voormalige echtelijke woning en stelde dat hij economisch eigenaar was van de volledige woning, waardoor hij recht zou hebben op aftrek van de volledige eigenwoningrente. De Inspecteur legde een aanslag IB/PVV 2020 op met een belastbaar inkomen van €69.527, waarbij slechts 50% van de eigenwoningrente werd erkend.
De Rechtbank oordeelde dat belanghebbende niet had bewezen dat hij economisch eigenaar was van de volledige woning. De waardeverandering van het deel van de woning dat eigendom was van de ex-partner kwam niet aan belanghebbende toe, waardoor de rente op de bijbehorende schuld niet aftrekbaar was. Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde omdat de Inspecteur de aangiften over 2019 en 2021 niet inhoudelijk had gevolgd.
In hoger beroep bevestigde het Hof deze conclusies. Het Hof stelde dat het ontbreken van een weloverwogen standpunt van de Inspecteur over de jaren 2019 en 2021 het beroep op het vertrouwensbeginsel niet kon dragen. Belanghebbende had geen nieuwe feiten aangevoerd die tot een ander oordeel konden leiden. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de Rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aanslag IB/PVV 2020 wordt bevestigd zonder recht op aftrek van volledige eigenwoningrente.