5.5.De Heffingsambtenaar dient aannemelijk te maken dat de door hem vastgestelde waarde niet te hoog is. De Heffingsambtenaar heeft ter onderbouwing van de door hem vastgestelde waarde voor de woning een matrix, een luchtfoto van de woning, foto’s van het aanzicht van de woning en de vergelijkingsobjecten en de kadastrale kaart van de woning en van de vergelijkingsobjecten overgelegd. Uit de matrix volgt dat de waarde van de woning is bepaald met behulp van een methode van systematische vergelijking met onroerende zaken waarvan marktgegevens beschikbaar zijn. Het staat de Heffingsambtenaar vrij ter ondersteuning van de door hem bepaalde waarde gebruik te maken van de vergelijkingsobjecten die de door hem verdedigde waarde het beste ondersteunen (HR 13 oktober 2017, ECLl:NL:HR:2017:2605). Niet vereist is dat deze vergelijkingsobjecten identiek zijn aan de woning. Voldoende is dat de vergelijkingsobjecten vergelijkbaar zijn met de woning, mits de Heffingsambtenaar bij de bepaling van de waarde voldoende rekening heeft gehouden met de onderlinge verschillen.
5.6.1.De Heffingsambtenaar heeft ter zitting uiteengezet dat de woning als één geheel is gewaardeerd, bestaande uit woonhuis, tuin en garage. Bij het opstellen van de matrix is de waarde van de woning getaxeerd en is gezocht naar verkopen die beschikbaar zijn van vergelijkbare woningen. Er zijn echter geen verkopen van parterre-portiekwoningen met een garage op of rond de peildatum in de buurt beschikbaar. Wel zijn er verkopen geweest van losse garages in de buurt rond de waardepeildatum. Op die wijze kon de Heffingsambtenaar, zo stelt hij, een indicatie krijgen van de waarde van de garage bij losse verkoop. Dat neemt echter niet weg dat hij bij de taxatie het woonhuis, de tuin en de garage als één geheel heeft gewaardeerd. Het Hof volgt de Heffingsambtenaar in deze uiteenzetting. Deze is door belanghebbende ook niet weerlegd (zie hetgeen hierover is geoordeeld in 5.3.4).
5.6.2.De vergelijkingsobjecten zijn, gelet op de foto’s, qua bouwstijl en bouwaard goed vergelijkbaar met de woning; het zijn alle parterre-portiekwoningen gelegen in dezelfde straat als de woning. Weliswaar liggen de vergelijkingsobjecten in een andere buurt, maar dat doet niet af aan de vergelijkbaarheid, omdat, naar de Heffingsambtenaar ter zitting van de Rechtbank onweersproken heeft gesteld, de buurtaanduiding aan weerszijden van de [laan] anders is ( [Buurt 1] en [Buurt 2] ). De vergelijkingsobjecten en de woning vertonen, afgezien van de al genoemde garage, wel verschillen voor wat betreft het bouwjaar, de gebruiksoppervlakte en de aanwezigheid van een kelder (de woning). Die verschillen zijn echter naar het oordeel van het Hof niet van een zodanige omvang dat zij afbreuk doen aan de bruikbaarheid van de vergelijkingsobjecten. De marktgegevens van de vergelijkingsobjecten zijn dan ook bruikbaar voor de onderbouwing van de waarde van de woning.
5.6.3.De prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van de vergelijkingsobjecten is respectievelijk € 3.992 ( [adres 3] ), € 4.043 ( [adres 4] ) en € 3.920 ( [adres 5] ). De Heffingsambtenaar heeft voor de woning, exclusief de garage, een prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van € 3.519 gehanteerd. Rekening houdend met het feit dat blijkens de matrix het vergelijkingsobject [adres 3] in goede staat verkeert, [adres 5] beschikt over goede voorzieningen en de woning en de vergelijkingsobjecten overigens in gemiddelde staat verkeren, onderbouwen de prijzen per vierkante meter gebruiksoppervlakte van de vergelijkingsobjecten de waarde van de woning. Met de garage heeft de Heffingsambtenaar rekening gehouden door daaraan een waarde toe te kennen (€ 55.000) die hij heeft onderbouwd met gerealiseerde verkoopprijzen van drie vrijstaande garages in de buurt van de woning rond de waardepeildatum. Het Hof volgt deze waardebepaling. Belanghebbende heeft de waarde van de garage ook niet betwist.
5.7.1.Belanghebbende stelt terecht dat de door hem in zijn referentiematrix aangedragen vergelijkingsobjecten in de beoordeling van de waarde van de woning moeten worden betrokken. Het Hof overweegt in dat verband als volgt.
5.7.2.In zijn referentiematrix houdt belanghebbende geen rekening met de bij de woning behorende garage en hij komt daarmee uit op een waarde van de woning van € 424.178. Reeds daarom kan de referentiematrix de waarde van de woning niet onderbouwen.
5.7.3.Net als de Heffingsambtenaar voert belanghebbende de woning [adres 5] aan als vergelijkingsobject. Belanghebbende stelt in de referentiematrix dat bij de prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van dit vergelijkingsobject in de vergelijking met de woning een vermindering van in totaal 20% van de prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte (€ 3.818, na een door belanghebbende gehanteerde indexatie) in aanmerking moet worden genomen, zodat die prijs uitkomt op € 3.054 per vierkante meter gebruiksoppervlakte. De omvang van deze correcties is door belanghebbende echter niet onderbouwd, anders dan een verwijzing ter zitting dat andere gemeenten en belastingsamenwerkingen voor KOUDV-factoren ook een correctie van 5% of 10% per punt afwijking hanteren. Deze onderbouwing acht het Hof onvoldoende. De door belanghebbende overgelegde gegevens van “ [naam] B.V.” geven voorts weliswaar het beeld van een in goede staat verkerende woning met een luxe badkamer, maar dit rechtvaardigt naar het oordeel van het Hof niet een vermindering van de prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van 10% voor onderhoud en 10% vanwege bovengemiddelde voorzieningen. De enkele verwijzing, zonder nadere toelichting, door belanghebbende naar de gegevens van “ [naam] B.V.” is daarvoor onvoldoende. Bovendien hanteert belanghebbende in het terugrekenen van de prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van bovengemiddelde staat naar gemiddelde staat een onjuiste breuk door uit te gaan van 80/100e in plaats van 100/120e van de prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte in bovengemiddelde staat. Ten slotte gaat belanghebbende zonder daarvoor een verklaring te geven uit van een grotere gebruiksoppervlakte (132 m2) dan de Heffingsambtenaar (125 m2).
5.7.4.Het door belanghebbende opgevoerde vergelijkingsobject [adres 10] bevindt zich, zoals de Heffingsambtenaar heeft opgemerkt en belanghebbende niet heeft weersproken, dicht bij een (kruispunt van een) drukke doorgaande weg ( [Weg 1] / [Weg 2] ). Bovendien beschikt dit object over een tuin van 161 m2, terwijl de tuin van de woning 87 m2 is. Gelet op deze verschillen is dit object, zonder rekening te houden met deze verschillen, hetgeen belanghebbende niet heeft gedaan, niet goed te vergelijken met de woning.
5.7.5.De prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van het vergelijkingsobject [adres 9] dat belanghebbende in zijn referentiematrix opvoert wijkt met € 3.511 zo weinig af van de door de Heffingsambtenaar voor de woning gehanteerde prijs (€ 3.519) dat dit gegeven niet een lagere waarde van de woning onderbouwt.
5.7.6.Voor alle vergelijkingsobjecten in de referentiematrix geldt dat sprake is van een vereniging van eigenaren met een reservefonds, zo blijkt uit de door belanghebbende zelf ingebrachte gegevens van “ [naam] B.V.” ( [adres 9] € 19.276,70, [adres 5] € 5.300, [adres 10] € 13.309). In de referentiematrix wordt hiermee geen rekening gehouden.
5.7.7.Ten slotte merkt het Hof op dat ook als de drie vergelijkingsobjecten van belanghebbende in de vergelijking worden betrokken, het gemiddelde van deze drie samen met de vergelijkingsobjecten van de Heffingsambtenaar (€ 3.611) nog steeds boven de prijs per vierkante meter gebruiksoppervlakte van de woning ligt (€ 3.519).
5.7.8.Het Hof komt op basis van hetgeen onder 5.7.1 tot en met 5.7.7 is overwogen tot de conclusie dat de referentiematrix van belanghebbende niet een lagere waarde onderbouwt.