ECLI:NL:GHSHE:2012:BW9851
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Hoger beroep
- J.A.M. van Schaik-Veltman
- H.A.G. Fikkers
- A.P. Zweers-van Vollenhoven
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verkrijgende verjaring van percelen grond na rechttrekken beek
In deze civiele zaak gaat het om de eigendom van percelen grond die na het rechttrekken van de Galderse beek in 1952 aan de andere zijde van de beek kwamen te liggen. De appellant en geïntimeerde exploiteren beide een boerenbedrijf met percelen aan weerszijden van de beek. De familie Z., rechtsvoorganger van geïntimeerde, heeft de percelen vanaf het rechttrekken van de beek onafgebroken in gebruik gehad en zich als rechthebbende gedragen.
De rechtbank had geoordeeld dat de familie Z. de eigendom van de percelen door verkrijgende verjaring had verkregen, en het hof bevestigt dit oordeel. Het hof benadrukt dat het bezit ondubbelzinnig en zichtbaar was, en dat de familie Z. niet te goeder trouw was omdat zij wist dat de formele levering met akte en inschrijving ontbrak. Desondanks is voldaan aan de voorwaarden voor bevrijdende verjaring, waardoor de rechtsvordering tot beëindiging van het bezit is verjaard.
Het hof oordeelt dat op grond van artikel 93 van Pro de Overgangswet het nieuwe recht vanaf 1 januari 1993 van toepassing is, waardoor geïntimeerde op die datum eigenaar is geworden. De stellingen van appellant dat hij en zijn vader de percelen bewerkten, leiden niet tot een ander oordeel. Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank Breda en veroordeelt appellant in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en bevestigt dat de geïntimeerde eigenaar is van de percelen door bevrijdende verjaring.