Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
Administratieve bijstand tussen België en Nederland. Spontane uitwisseling van inlichtingen. Zaak: NV KREDIETBANK en KREDIETBANK LUXEMBOURG (KB-LUX)”. Voor de regeling inzake de spontane uitwisseling van inlichtingen verwijst de brief naar artikel 4 van Pro de EG-Richtlijn van 19 december 1977, gewijzigd bij die van 6 december 1979 betreffende de wederzijdse bijstand van de bevoegde autoriteiten van de Lid-Staten op het gebied van de directe belastingen en van de belasting over de toegevoegde waarde (77/7799/EEG), en voorts naar artikel 27 van Pro het Nederlands-Belgische Belastingverdrag van 19 oktober 1970.
Hierbij worden u fotokopieën van microfiches(rechtbank: hierna de fotokopieën)
overgemaakt die afkomstig zijn uit het gerechtelijk dossier lastens KREDIETBANK NV en die in origineel in beslag werden genomen door de gerechtelijke politie van Brussel. Deze microfiches bevatten gegevens in verband met de financiële rekening(en) bij de KREDIETBANK LUXEMBOURG (KB-Lux) op naam van inwoners van uw land.(..)
KB-Lux betwist de juridische geldigheid van de stukken in het gerechtelijk dossier als bewijsmiddel. De Belgische fiscale administratie beschikt echter over de toelatingen tot consultatie van het betrokken gerechtelijk dossier.Deze toelating is rechtsgeldig verleend door de heer Procureur Generaal bij het Hof van Beroep te Brussel en laat de inzage en afschriftname toe, evenals het gebruik van de stukken met inachtname van de- Belgische fiscale wetgeving, meer bepaald artikel 338 van Pro het Wetboek van de Inkomstenbelasting 1992 (WIB 92),- beschikkingen van toepassing inzake overeenkomsten ondertekend door België en partnerlanden, ter voorkoming van dubbele belasting en tot regeling van de uitwisseling van informatie.(..)
Deze zending bevat fotocopieën van de afgedrukte microfiches.Van sommige afdrukken is de leesbaarheid niet optimaal. Het is dus niet uitgesloten dat sommige van de u toegestuurde copieën moeilijk leesbaar zijn.De bewuste stukken stellen per pagina voor:De “Rechtvaardiging van de saldi per LMI rubrieken op 31/01/1994”Hoewel de meeste saldi positief zijn, kunnen negatieve saldi eveneens voorkomen.(..)
De gegevens zijn afkomstig uit de interne administratie/boekhouding van KB-Lux. De onderverdeling per nationaliteit is door KB-Lux zelf gemaakt. Vermits per klant slechts een beperkt aantal gegevens beschikbaar zijn (naam en eventueel naam van de partner, voornamen) zal het niet steeds mogelijk zijn de identificatie van de klant met 100% zekerheid te bepalen. Beide vermeldingen maken een oordeelkundig gebruik van de overgemaakte informatie noodzakelijk.De overgemaakte gegevens zijn de enige die blijken uit het gerechtelijk dossier. Verdere informatie betreffende de rekeninghouders (bijvoorbeeld voor identificatie) is niet beschikbaar."
Inlichtingenuitwisseling inzake (..) Kredietbank Luxembourg", is onder meer het volgende opgenomen:
Teneinde aan te tonen dat de betreffende microfiches effectief afkomstig zijn van KB-Lux, werden de afdrukken van bepaalde van deze microfiches vergeleken met documenten die met zekerheid afkomstig waren van KB-Lux (papier met hoofding en logo van KB-Lux) en die door sommige belastingplichtigen zelf ter beschikking werden gesteld als antwoord op de aan hen gestelde vragen om inlichtingen. Bij die vergelijking werd vastgesteld dat de rekeningnummers en de saldo's die voorkomen op de microfiches wel degelijk overeenkomen met deze die voorkomen op de door de betrokken belastingplichtigen ter beschikking gestelde documenten.".
Aan de print van het microfiche is niet te zien dat deze afkomstig is van de KB Lux. Naast het gegeven dat de Belgische autoriteiten hebben aangegeven dat de rekeningen worden gehouden bij de KB Lux, heeft de ervaring uit de strafrechtelijke onderzoeken en de pilot (rechtbank: een onderzoek naar een beperkt aantal microfiches) duidelijk gemaakt dat de gegevens zien op de rekeninghouders van de KB Lux.
Op verschillende manieren is gebleken dat de microfiches gegevens van bankrekeningen bij de KBL betroffen:
Op pagina 24: “
Overigens kan ik er op wijzen dat naar aanleiding van de microfiches vele belastingplichtigen er voor hebben gekozen openheid van zaken te geven. Uit die zaken blijkt ook dat de gegevens van de microfiches van KBL afkomstig zijn. De gegevens van de microfiches vermelden in die zaken exact dezelfde bedragen als de verstrekte overzichten van de bankafschriften. Als bijlage (…) geef ik uw Hof een overzicht van de door de Belastingdienst geïdentificeerde gevallen per 7 juli 2004. Daaruit blijkt o.a., dat van het totale aantal behandeltrajecten in 3464 gevallen (87,7%) door belanghebbenden is toegegeven dat zij rekeninghouder zijn (geweest) van het tegoed bij de KBL naar aanleiding waarvan de Belastingdienst het feitenonderzoek is gestart."
Overzicht 2
Van een groot aantal rekeninghouders is op de microfiches de eigen naam vermeld, dat wil zeggen 1e voornaam c.q. doopnaam en achternaam van de rekeninghouder en evt. achternaam van 2e rekeninghouder (meestal echtgenote van 1e rekeninghouder), dan wel namen van mederekeninghouders. Adresgegevens en geboortedata zijn niet bekend.
(...)
52-35044-25- 0000 00 0040 VUE [E] - 0,74."
(...)
52-350440-25-0000 00 0040 VUE [E] - 0,74."]
(...)
5235044-52- 0000 00 0040 TER LDO [E] 20.214,22."
(...)
53-350440-52-0000 00 0040 TER LDO [E] 20.214,22."]
Op basis van het voorgaande verklaar ik, verbalisant, het volgende:
De Belastingdienst is een onderzoek gestart naar Nederlandse ingezetenen die gerechtigde zijn (geweest) tot buitenlandse vermogensbestanddelen, waarbij het vermoeden bestaat dat in aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting en/of vennootschapsbelasting geen opgaaf is gedaan van deze vermogensbestanddelen en de eventuele opbrengsten daaruit.
De Belastingdienst is een onderzoek gestart naar Nederlandse ingezetenen die gerechtigde zijn (geweest) tot buitenlandse vermogensbestanddelen, waarbij het vermoeden bestaat dat in aangiften inkomstenbelasting en/of vermogensbelasting en/of vennootschapsbelasting geen opgaaf is gedaan van deze vermogensbestanddelen en de eventuele opbrengsten daaruit.
Ik beschik over de volgende gegevens waaruit blijkt dat u tenminste één bankrekening aanhoudt of heeft aangehouden in het buitenland.
Inzage 17-12-2004
.
Naar aanleiding van uw verzoek bevestigen wij u hierbij dat de rekening onder stamnummer – [rekeningnummer] – in onze boeken werd geopend op datum van 12-11-1990.”
Gevolggevend op Uw vraag worden de volgende documenten voorbereid:
duplicaat van uw rekeninguittreksels
staat van tegoeden –geen”
[rekeningnummer]
- Om zekerheid te krijgen over de rechtmatigheid van de verkrijging van de informatie vanuit België is door B/CPP een ‘tafeltje’ ingericht. Daaraan namen vertegenwoordigers deel van het Ministerie, de kennisgroep Boete- en strafrecht, FIOD internationaal, een contactambtenaar en het Openbaar Ministerie (hierna: OM)/Expertisecentrum Fiscale Fraude (hierna: EFF). De vraag of de van de Belgische autoriteiten ontvangen informatie fiscaal (en strafrechtelijk) rechtmatig is te gebruiken, heeft deze groep in een nota van 16 augustus 2001 beantwoord.
- Er is nauw overleg gevoerd met het OM over de mate waarin posten konden worden voorgedragen voor strafrechtelijke vervolging en de criteria die daarbij van belang waren. Het aantal posten dat kon worden voorgedragen werd bepaald door de capaciteit bij het OM. Besloten werd om maximaal 200 posten daarvoor te selecteren. Op 10 oktober 2001 is gestart met de vervolging van een beperkt aantal personen met Duitse bankrekeningen. Op 30 oktober 2001 is de eerste tranche gestart met de vervolging van 50 posten KB-Lux. Op 12 december 2001 stond de tweede tranche van ongeveer 150 posten gepland.
- Door de Directies Particulieren (hierna: DPU), Ondernemingen Noord (hierna: DON), Ondernemingen Zuid (hierna: DOZ) en de FIOD is vooronderzoek gedaan op basis van een aantal van de beschikbaar gekomen gegevens. Dit vooronderzoek betrof onder meer de identificatie van de in de ontvangen documentatie vermelde namen.
- Op grond van de bevindingen van dit onderzoek is, na consultatie van de politieke leiding, besloten over te gaan tot een landelijke actie in ITO-verband (Intensief Toezicht en Opsporing) in het najaar van 2001 en de eerste maanden van 2002. Voor de uitvoering van deze actie heeft de Directieraad op 29 augustus 2001 besloten een project te starten waarin de FIOD, de DPU, DON, DOZ en het OM/EFF participeren. De directeuren van de FIOD, de DPU, DON, en DOZ zijn opdrachtgever voor dit zogenoemde Rekeningenproject. Namens deze opdrachtgevers is een stuurgroep ingesteld. Namens de directies is een Projectgroep Rekeningenproject ingesteld bestaande uit vier projectleiders.
- De projectopdracht is als volgt geformuleerd:
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
- De hoogte van de boete: de Inspecteur heeft gesteld dat, gelet op de inmiddels gewezen jurisprudentie van de Hoge Raad, alle verhogingen en boeten dienen te vervallen.
- De vraag of belanghebbende terecht als houder van de bankrekening(en) is geïdentificeerd; belanghebbende erkent dat hij de rekeninghouder was, althans tot 12 juli 1995.
- De vraag of de Inspecteur alle op het geding betrekking hebbende stukken heeft ingediend. Belanghebbende heeft zijn stelling dat zulks niet het geval was, ingetrokken.
4.Gronden
- hetzij de door de Inspecteur gestelde vragen niet naar waarheid heeft beantwoord, dan wel gevraagde gegevens niet heeft verstrekt;
- hetzij over die jaren niet de vereiste aangifte heeft gedaan.
5.Beslissing
- verklaartde hoger beroepen van de Inspecteur gegrond,
- verklaartde incidenteel hoger beroepen van belanghebbende ongegrond,
- vernietigtde uitspraken van de Rechtbank, behoudens wat betreft de proceskostenvergoeding,
- verklaartde tegen de uitspraken van de Inspecteur ingestelde beroepen gegrond,
- vernietigtde uitspraken van de Inspecteur,
- vermindertde navorderingsaanslag IB/PVV 1992 tot € 4.235 aan belasting en tot € 1.610 aan heffingsrente,
- vermindertde navorderingsaanslag IB/PVV 1993 tot € 3.745 aan belasting en tot € 1.236 aan heffingsrente,
- vermindertde navorderingsaanslag IB/PVV 1994 tot € 3.128 aan belasting en tot € 893 aan heffingsrente,
- vermindertde navorderingsaanslag IB/PVV 1995 tot € 3.104 aan belasting en tot € 803 aan heffingsrente,
- vermindertde navorderingsaanslag VB 1993 tot € 741 aan belasting en tot € 281 aan heffingsrente,
- vermindertde navorderingsaanslag VB 1994 tot € 712 aan belasting en tot € 235 aan heffingsrente,
- vermindertde navorderingsaanslag VB 1995 tot € 603 aan belasting tot € 172 aan heffingsrente,
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 2.478.
- verklaartde hoger beroepen van de Inspecteur ongegrond,
- verklaartde incidenteel hoger beroepen van belanghebbende niet-ontvankelijk,
- bepaaltdat door tussenkomst van de griffier van de Inspecteur ter zake van het door de Inspecteur ingestelde hoger beroepen met kenmerk 10/00132 en 10/00143 een griffierecht wordt geheven van, elk, € 448.