ECLI:NL:RBBRE:2010:BL0672
Rechtbank Breda
- Eerste aanleg - meervoudig
- A.F.M.Q. Beukers-van Dooren
- A.A. den Hartog
- C.A.F.M. Stassen
- Rechtspraak.nl
Navordering en boete wegens niet opgegeven buitenlandse bankrekening bij Kredietbank Luxembourg
Belanghebbende werd geconfronteerd met navorderingsaanslagen en boetes wegens het niet opgeven van buitenlandse bankrekeningen bij Kredietbank Luxembourg (KB Lux). De inspecteur baseerde zich op microfiches afkomstig uit een gerechtelijk dossier van Belgische autoriteiten, die gegevens bevatten over rekeningen van Nederlandse ingezetenen. Belanghebbende ontkende het bezit van deze rekeningen, maar de rechtbank achtte aannemelijk dat hij, al dan niet samen met zijn echtgenote, rekeninghouder was en dat hij inkomsten uit deze vermogensbestanddelen niet had aangegeven.
De rechtbank stelde vast dat de inspecteur alle relevante stukken had overgelegd en dat belanghebbende niet in zijn procespositie was geschaad. De identificatie van belanghebbende als rekeninghouder werd als voldoende specifiek beoordeeld. De navordering werd gerechtvaardigd geacht wegens nieuw feit en kwade trouw, en de verlengde navorderingstermijn van twaalf jaar werd niet in strijd geacht met het EG-verdrag.
De rechtbank matigde de aanslag op basis van een redelijke schatting van het saldo en de rente, en matigde de boete van 100% tot 80% vanwege de omkering van de bewijslast en de overschrijding van de redelijke termijn. Tevens werd belanghebbende in het gelijk gesteld wat betreft proceskosten, waarbij een vergoeding van €125,15 per zaak werd toegekend binnen een cluster van 20 zaken.
Uitkomst: De navorderingsaanslag en boete worden deels verminderd wegens matiging en overschrijding redelijke termijn, met toekenning van proceskosten aan belanghebbende.