Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
KOMEN OVEREEN ALS VOLGT:
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
Ten aanzien van het geschil
vaststellingsbeschikking 2011 van 6 februari 2015; kennelijk heeft de Inspecteur hierbij de verlies
herzieningsbeschikking 2011 met dezelfde dagtekening van 6 februari 2015 over het hoofd gezien. Wat er verder ook zij van deze vergissing, het Hof is van oordeel dat de Inspecteur middels die brief een dwangsombeschikking heeft genomen, inhoudende dat geen dwangsom wordt toegekend. Naar het oordeel van het Hof kon de brief van de Inspecteur van 13 augustus 2015 bij belanghebbende dan ook niet het gerechtvaardigde vertrouwen wekken dat het verlies 2011 overeenkomstig de ingediende aangifte zou worden vastgesteld.
5.Beslissing
- verklaartde hoger beroepen gegrond;
- vernietigtde uitspraken van de Rechtbank;
- verklaarthet beroep, gericht tegen de uitspraak op bezwaar betreffende de verliesherzieningsbeschikking 2011, gegrond;
- vernietigtdie uitspraak op bezwaar;
- vernietigtde verliesherzieningsbeschikking 2011 (zoals opgenomen in de brief van de Inspecteur van 6 februari 2015 alsmede de uitwerking daarvan in de beschikking IB/PVV van 23 februari 2015);
- verklaarthet beroep, gericht tegen de uitspraak op bezwaar betreffende de verliesvaststellingsbeschikking 2012, ongegrond;
- verklaartbelanghebbende niet-ontvankelijk in haar beroep, gericht tegen het uitblijven van een dwangsombeschikking betreffende het bezwaar tegen de verliesherzieningsbeschikking 2012;
- gelastdat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze ter zake van de behandeling van de beroepen en de hoger beroepen betaalde griffierecht van, in totaal, € 169 vergoedt, en
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het bezwaar en in de kosten van het geding bij de Rechtbank en bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op, in totaal, € 4.206.