ECLI:NL:GHSHE:2018:3224

Gerechtshof 's-Hertogenbosch

Datum uitspraak
31 juli 2018
Publicatiedatum
31 juli 2018
Zaaknummer
200.170.868_02
Type
Uitspraak
Uitkomst
Aangehouden
Procedures
  • Hoger beroep
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 87 lid 1 RvArt. 353 lid 1 Rv
Verwijzingen
3 uitgaand · 3 inkomend
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep over afwikkeling arbeidsovereenkomst en bonusbedragen statutair directeur

In deze zaak staat het hoger beroep centraal over de afwikkeling van de arbeidsovereenkomst van een statutair directeur en de vraag of bepaalde bonusbedragen netto of bruto zijn. De werkgever vordert daarnaast een naheffingsaanslag en een boete van de werknemer. De procedure in eerste aanleg vond plaats bij de rechtbank Limburg.

Het hof heeft de procedure voortgezet en een regiezitting bevolen om te onderzoeken of partijen tot een minnelijke regeling kunnen komen, waarbij ook mediationmogelijkheden worden besproken. Tevens wordt de voortgang van de procedure besproken, onder meer met betrekking tot ontbrekende stukken zoals de aangifte inkomstenbelasting van de appellant.

De zaak is verwezen naar een raadsheer-commissaris die een comparitie zal beleggen met het oog op een mogelijke regeling. De verdere beslissing is aangehouden, waarbij partijen en hun advocaten opgeroepen worden te verschijnen en hun beschikbaarheid kenbaar te maken. Het arrest is gewezen door drie raadsheren en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2018.

Uitkomst: De zaak is aangehouden en verwezen naar een regiezitting voor minnelijke regeling en mediation.

Uitspraak

GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH

Afdeling civiel recht
zaaknummer 200.170.868/02
arrest van 31 juli 2018
in de zaak van
[appellant],
wonende te [woonplaats] ,
appellant in principaal hoger beroep,
geïntimeerde in incidenteel hoger beroep,
hierna aan te duiden als [appellant] ,
advocaat: mr. P.J.M. Brouwers te Maastricht,
tegen

1.[Holding B.V.] Holding B.V.,gevestigd te [vestigingsplaats] ,

2.
[curator] q.q., in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van [B.V.] B.V.,gevestigd en kantoorhoudende te Groningen,
geïntimeerden in principaal hoger beroep,
appellanten in incidenteel hoger beroep,
hierna gezamenlijk aan te duiden als [geïntimeerden] ,
advocaat: mr. M.J. Ubbens te Groningen,
op het bij exploot van dagvaarding van 27 februari 2015 ingeleide hoger beroep van het vonnis van 3 december 2014, door de rechtbank Limburg, zittingsplaats Maastricht, gewezen tussen [appellant] als gedaagde in conventie, eiser in reconventie en [geïntimeerden] als eiseressen in conventie, verweersters in reconventie.

1.Het geding in eerste aanleg (zaak-/rolnummer C/03/106396/HA ZA 05/1191)

Voor het geding in eerste aanleg verwijst het hof naar voormeld vonnis.

2.Het geding in hoger beroep

Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding in hoger beroep;
  • de memorie van grieven;
  • de memorie van antwoord, tevens memorie van grieven in incidenteel hoger beroep met producties;
  • de memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep;
  • de akte na memorie van antwoord in incidenteel hoger beroep van [geïntimeerden] ;
  • de antwoordakte van [appellant] .
Het hof heeft daarna een datum voor arrest bepaald. Het hof doet recht op bovenvermelde stukken en de stukken van de eerste aanleg.

3.De beoordeling

in principaal en incidenteel hoger beroep
3.1.
In dit hoger beroep ziet het hof aanleiding om op korte termijn een regiezitting te houden. Daartoe zal een comparitie van partijen te worden bevolen (artikel 87 lid 1 juncto Pro artikel 353 lid 1 Rv Pro). De comparitie zal dienen om te onderzoeken of partijen geheel of ten dele tot een minnelijke regeling kunnen komen. Ook zullen de mogelijkheden van mediation via het hof worden besproken.
3.2.
Voor het geval de zaak niet buiten rechte wordt geregeld, zal met partijen de verdere voortgang van de procedure worden doorgenomen. Daarbij zal ook aan de orde komen of er stukken ontbreken om tot een beslissing in deze zaak te komen, bijvoorbeeld de aangifte van de inkomstenbelasting van [appellant] zoals door [geïntimeerden] gesteld.
3.3.
Iedere verdere beslissing zal worden aangehouden.

4.De uitspraak

Het hof:
op het principaal en incidenteel hoger beroep
bepaalt dat partijen – natuurlijke personen in persoon en rechtspersonen deugdelijk vertegenwoordigd door een persoon die tot het treffen van een minnelijke regeling bevoegd is – vergezeld van hun advocaten, zullen verschijnen voor mr. J.P. de Haan als raadsheer-commissaris, die daartoe zitting zal houden in het Paleis van Justitie aan de Leeghwaterlaan 8 te 's-Hertogenbosch op een door deze te bepalen datum, met de hiervoor onder rov. 3.1 en 3.2 vermelde doeleinden;
verwijst de zaak naar de rol van 14 augustus 2018 voor opgave van de verhinderdata van partijen zelf en hun advocaten in de periode van 4 tot 12 weken na de datum van dit arrest;
bepaalt dat de raadsheer-commissaris na genoemde roldatum dag en uur van de comparitie zal vaststellen;
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit arrest is gewezen door mrs. J.P. de Haan, J.M.H. Schoenmakers en R.J. Voorink en is in het openbaar uitgesproken door de rolraadsheer op 31 juli 2018.
griffier rolraadsheer