Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil, alsmede standpunten en conclusies van partijen
4.Gronden
.Het Hof ziet geen reden voor vernietiging van de aanslag.
Hof bedoeld is;afgerond] 10 en een half jaar. Belanghebbende heeft recht op een vergoeding van 21 (halve jaren) van € 500 of € 5.500. Daarvan dient € 5000 voor rekening van de inspecteur te komen en € 500 voor rekening van de Minister van Veiligheid en Justitie.”
- verklaarthet hoger beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraak van de Rechtbank, behoudens de beslissing omtrent het griffierecht en de proceskosten;
- verklaarthet bij de Rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigtde uitspraak van de Inspecteur;
- verklaarthet bezwaar van belanghebbende ontvankelijk en gegrond;
- vermindertde aanslag tot een berekend naar een belastbaar inkomen van f 178.000, waarvan f 100.000 te belasten naar een tarief van 25%;
- vermindertde beschikking heffingsrente dienovereenkomstig;
- veroordeeltde Inspecteur tot vergoeding van de aan de bezwaarfase toerekenbare immateriële schade, vastgesteld op € 10.000;
- veroordeeltde Minister tot vergoeding van de aan de beroeps- en de hoger beroepsfase toerekenbare immateriële schade vastgesteld op, tezamen € 2.500;
- gelastdat de Inspecteur aan belanghebbende het door deze bij het Hof betaalde griffierecht ten bedrage van € 123, vergoedt;
- veroordeeltde Inspecteur in de kosten van het bezwaar aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op € 254; en
- veroordeeltde Inspecteur in een tegemoetkoming in de kosten van het geding bij het Hof aan de zijde van belanghebbende, vastgesteld op een bedrag van € 384.