Uitspraak
Stichting Vitalis Woonzorg Groep,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- het beroepschrift met het procesdossier van de eerste aanleg en producties, ingekomen ter griffie op 2 oktober 2019;
- een brief van mr. Schonenburg met het proces-verbaal van de mondelinge behandeling in eerste aanleg op 18 juni 2019, ingekomen ter griffie op 18 oktober 2019;
- het verweerschrift met productie, ingekomen ter griffie op 15 november 2019;
- de ter zitting door mr. Schonenburg overgelegde en voorgedragen pleitnota;
- het faxbericht van mr. Van den Boom, mede namens mr. Schonenburg, ingekomen ter griffie op 13 februari 2020.
3.De beoordeling
- U heeft, tegen de instructies in, lange tijd niet het geld in de kluis c.q. kluizen afgestort waardoor een ongewoon hoog bedrag in de kluizen van Vitalis lag.
- U heeft een groot bedrag contant geld van Vitalis mee naar huis genomen.
- U heeft geen toestemming om dergelijke sommen geld van Vitalis mee naar huis te nemen.
- U heeft ook nimmer om toestemming gevraagd om dergelijke sommen geld mee naar huis te nemen.
- U heeft uw collega‘s, waaronder de heer [collega van appellante] en de heer [leidinggevende van appellante] , toen zij kas- en
U heeft op 16 januari 2019 een G4S-sealbag met daarin € 25.000,- in een kluis van Vitalis gelegd.
- Het geld heeft u in de kluis gelegd direct nadat uw leidinggevende en een collega aan u een ziekenbezoek hebben gebracht. Tijdens dit ziekenbezoek deed u alsof u niet in staat was om te werken of om de deur uit te gaan.
- U heeft direct nadat u voornoemd geld heeft teruggelegd uw leidinggevende gebeld en gezegd dat u zich de code voor de kluis weer herinnert.
- U heeft zichzelf via de nooduitgang toegang tot het pand van Vitalis verschaft, waarna u uw collega(s) hebt verzocht hierover “niets te vertellen aan [leidinggevende van appellante] ” (uw leidinggevende).
- U heeft pas op l6 januari 2019, nadat u het geld had teruggelegd, verteld dat u dit geld heeft omgewisseld, ondanks de vele mogelijkheden dit al eerder te vertellen.
- U heeft aangegeven dat u het geld heeft gebruikt tijdens door u georganiseerde
- U gaf eerder aan dat u niet kon vertellen wanneer u het geldbedrag heeft teruggelegd. Pas nadat u ermee werd geconfronteerd dat Vitalis wist wanneer het geld er in ieder geval niet lag, heeft u openheid van zaken gegeven.
- Er ontbrak een bedrag dat de door u teruggelegde € 25.000 overschrijdt.
- Nog steeds ontbreekt een groot bedrag van duizenden euro’s.
- Het bijhouden van de kassen is een van uw verantwoordelijkheden. U draagt bovendien de verantwoordelijkheid voor een deugdelijke administratie.
- Omdat u geen deugdelijk administratie heeft bijgehouden, kan niet goed worden vastgesteld welke bedragen ontbreken.
Vitalis heeft deze grief gemotiveerd bestreden. De hierbij respectief betrokken standpunten zullen bij de beoordeling worden weergegeven, voor zover in dat kader van belang.
Met de kantonrechter is het hof van oordeel dat het heimelijke gedrag van [appellante]
€ 10.461,16 aan Vitalis verschuldigd, aldus Vitalis. Vitalis heeft nog aangevoerd dat zij de door [appellante] ontvangen contanten van de wildavond d.d. 30 november 2018 buiten beschouwing heeft gelaten. Rekening houdend met het bedrag ad € 7.131,16 dat [appellante] in april 2019 uiteindelijk heeft terugbetaald, resteert dus nog een bedrag van
heeft in hoger beroep enkel gesteld dat het overzicht van Vitalis niet klopt, omdat sommige bewoners via rekening-courant zouden hebben betaald. Behalve dat zij stelt dat een bedrag van € 675,--, als onderdeel van het verzochte € 5.530,-- niet correct is, laat zij in het midden wat het exacte ontbrekende geldbedrag dan wel moet zijn, terwijl het juist de taak van [appellante] was de ontvangsten juist te administreren en af te dragen. Volgens [appellante] zouden vier bewoners (kamers [kamernummer 1] , [kamernummer 2] , [kamernummer 3] en [kamernummer 4] ) via rekening-courant hebben betaald en niet contant. Het hof komt volgens het door [appellante] als productie 27 b) overgelegde deel van de lijst die ook door Vitalis als productie 21 in het geding is gebracht, dan uit op een bedrag van € 325,-- (respectievelijk € 50,-- plus € 100,-- plus € 75,-- plus € 100,--) en niet € 675,-- (dat is immers het totaalbedrag van de bewoners [kamernummer 1] , [kamernummer 5] , [kamernummer 6] , [kamernummer 2] , [kamernummer 7] , [kamernummer 8] , [kamernummer 9] , [kamernummer 3] en [kamernummer 4] ), dat dus volgens [appellante] niet zou kloppen.
Het bedrag is terecht toegewezen. Ook grief zes slaagt niet.