ECLI:NL:GHSHE:2021:145
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde vanwege aanhoudend beledigend taalgebruik in bestuursrechtelijke procedure
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof 's-Hertogenbosch besloten om de gemachtigde en diens vennootschappen te weigeren als bijstandsverlener en vertegenwoordiger van belanghebbende. Dit besluit is genomen op grond van artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht vanwege herhaaldelijk grievend en beledigend taalgebruik in processtukken.
Het hof heeft meerdere malen waarschuwingen gegeven en herstelmogelijkheden geboden, maar de gemachtigde heeft nagelaten zijn taalgebruik aan te passen. De beledigingen waren gericht aan rechterlijke ambtenaren, colleges en de rechtsstaat, wat de goede procesorde ernstig verstoorde en ook de belangen van de belanghebbende kon schaden.
Het hof overweegt dat het recht op toegang tot de rechter en rechtsbijstand niet wordt ontnomen, maar dat het weigeren van deze specifieke gemachtigde een legitiem middel is om de orde in de procedure te waarborgen. Belanghebbende wordt in de gelegenheid gesteld een andere gemachtigde aan te wijzen voor de verdere procedure.
De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 21 januari 2021 en is een tussenuitspraak waartegen geen afzonderlijk rechtsmiddel openstaat.
Uitkomst: Het hof weigert de gemachtigde en diens vennootschappen bijstand te verlenen wegens structureel beledigend taalgebruik en stelt belanghebbende in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.