ECLI:NL:GHSHE:2020:2453
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
- Tussenuitspraak
- Rechtspraak.nl
Weigering gemachtigde wegens structureel onbetamelijk taalgebruik in bestuursrechtelijke procedures
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft het Gerechtshof ’s-Hertogenbosch besloten om [gemachtigde] en diens vennootschappen [B BV] en [C BV] te weigeren als gemachtigde in procedures vanwege structureel onbetamelijk taalgebruik. Dit taalgebruik bestond uit grievende en beledigende opmerkingen jegens rechterlijke ambtenaren, colleges en de rechtsstaat, ondanks eerdere waarschuwingen en verzoeken tot aanpassing.
Het hof stelt dat partijen zich weliswaar vrij mogen uiten, ook met kritiek op rechterlijke uitspraken, maar dat onnodig grievend taalgebruik niet is toegestaan. De weigering is gebaseerd op artikel 8:25 van Pro de Algemene wet bestuursrecht en heeft tot doel de goede procesorde te waarborgen en te voorkomen dat de belangen van de door de gemachtigde vertegenwoordigde partijen worden geschaad.
Het hof benadrukt dat deze maatregel niet het recht van de belanghebbende op toegang tot de rechter beperkt, maar alleen de mogelijkheid om door deze specifieke gemachtigde bijgestaan te worden. Belanghebbende krijgt de gelegenheid binnen vier weken een andere gemachtigde aan te wijzen. De beslissing is een tussenuitspraak en kan pas in cassatie worden aangevochten samen met de einduitspraak.
Uitkomst: Het hof weigert gemachtigde en diens vennootschappen als vertegenwoordigers wegens structureel grievend taalgebruik en stelt belanghebbende in de gelegenheid een andere gemachtigde aan te wijzen.