Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep;
- de memorie van grieven met producties tevens eiswijziging;
- de memorie van antwoord met producties;
- het pleidooi, waarbij (de raadslieden van) beide partijen pleitnotities hebben overgelegd. Aan de pleitnota van mr. Zegveld is gehecht een “laatste woord” van [appellant] , door hem uitgesproken ter zitting;
- de akte houdende wijziging van eis, door [appellant] in het geding gebracht ter gelegenheid van het pleidooi.
3.De beoordeling
is duidelijk hoezeer de ruimte voor toepassing van de beperkende werking van redelijkheid en billijkheid op de lange verjaringstermijn van art. 3:310 lid 1 BW Pro door uw Raad beperkt bedoeld is. Die ruimte ziet op schade die naar haar aard verborgen is gebleven tot en met het moment dat de verjaring intrad, met als gevolg dat de verjaring in feite het ontstaan van de rechtsvordering verhindert.”
ter zake van PTSS. Deze accentuering heeft daarop betrekking dat Movir kennelijk ook uitkeringen heeft gedaan ter zake van gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van [appellant] als gevolg van een ongeval, volgens de Congregatie tot een bedrag van € 160.139 terwijl er ook door Interpolis ter zake van dit ongeval uitkeringen zijn gedaan. Het komt het hof voorshands aannemelijk voor dat die laatste uitkering (mede) strekte als vergoeding voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid van [appellant] tot 65-jarige leeftijd.
of de aangesprokene naar redelijkheid nog de mogelijkheid heeft zich tegen de vordering te verweren
g) of na het aan het licht komen van de schade binnen redelijke termijn een aansprakelijkstelling heeft plaatsgevonden en een vordering tot schadevergoeding is ingesteld.