ECLI:NL:HR:2000:AA5634
Hoge Raad
- Cassatie
- H.L.J. Roelvink
- P. Neleman
- W.H. Heemskerk
- R. Herrmann
- O. de Savornin Lohman
- Rechtspraak.nl
Verjaring van schadevordering asbestziekte mesothelioom na blootstelling werknemer
In deze zaak vorderden de erfgenamen van een werknemer die was blootgesteld aan asbeststof gedurende zijn dienstverband bij Eternit schadevergoeding wegens materiële schade en kosten van rechtsbijstand. De werknemer was overleden aan mesothelioom, een asbestgerelateerde ziekte, die pas jaren na het dienstverband was vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat de verjaringstermijn begon te lopen bij het einde van de blootstelling aan asbest in 1959, waardoor de vordering in 1989 verjaard zou zijn. De erfgenamen betoogden dat de verjaring pas zou moeten beginnen bij de vaststelling van de ziekte in 1991, en dat de wetgever met de verjaringstermijn rekening had moeten houden met de late manifestatie van asbestschade.
De Hoge Raad bevestigde dat de verjaringstermijn volgens artikel 3:310 BW Pro begint bij de gebeurtenis die de schade veroorzaakt, hier het einde van de blootstelling aan asbest, en niet bij de manifestatie van de ziekte. De Hoge Raad verwierp het beroep van de erfgenamen en bevestigde dat de wettelijke verjaringstermijn strikt moet worden toegepast, ook bij verborgen schade zoals asbestziekte.
De Hoge Raad wees op het belang van rechtszekerheid en dat eventuele onbillijkheden door de wetgever moeten worden opgelost. De uitspraak bevestigt de toepassing van de verjaringsregels op asbestschade en benadrukt dat de rechter niet op grond van redelijkheid en billijkheid mag afwijken van de wettelijke verjaringstermijn.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het beroep en bevestigt dat de schadevordering is verjaard omdat de verjaringstermijn begint bij het einde van de blootstelling aan asbest.