Uitspraak
2.Het geding in hoger beroep
- de dagvaarding in hoger beroep van 18 augustus 2021;
- het tegen [geïntimeerde] verleende verstek op 8 februari 2022;
- de memorie van grieven van 19 april 2022 .
3.De beoordeling
Betaling van enig bedrag is vervolgens uitgebleven.
De bestuurder en enig aandeelhouder van [[Y]] Beheer B.V. is [appellant] (in de kop van het bedoeld vonnis aangeduid als gedaagde sub 2).
:
bewust bewerkstelligen van een toestand die de betaling van een schuld verhindert, zoals het leeghalen van een vennootschap of de overdracht van activa en het doorverkopen van goederen buiten de normale bedrijfsvoering om.
Op 24 september 2019 is Mega Parket [locatie] B.V. failliet verklaard en vóór deze datum is door of namens [geïntimeerde] geen rechtsvordering ingediend of dagvaarding betekend.
orrecte eindafrekening’) en loon tot 1 juni 2018 (‘
volledige loon en vakantiegeld over de maand mei´). [appellant] heeft ook op 29 april 2018 een schikkingsvoorstel gedaan voor in ieder geval het salaris van april 2018 (als uiteindelijk betaald door [[X]] Beheer BV) ‘
en de eindafrekening’.
Dat [geïntimeerde] af zou zien van betaling van de maand juni 2018 heeft [appellant] evenmin onderbouwd, anders dan door enkel te wijzen op het tijdsverloop tot de datum van faillietverklaring van Mega Parket [locatie] BV.
vele tienduizenden euro’s” bedraagt, derhalve rekenkundig ruim meer dan de totaalsom van de in eerste aanleg aan [geïntimeerde] toegewezen aanspraken.
4.De uitspraak
- de eerste aanleg en begroot die kosten aan de zijde van [appellant] tot op de datum van het bestreden vonnis van 16 juni 2021 op € 746,= aan salaris advocaat;
- het hoger beroep, en begroot die kosten aan de zijde van [appellant] tot op heden op € 121,39 aan dagvaardingskosten, op € 343,= aan griffierecht en op € 1.114,= aan salaris advocaat;