Uitspraak
GERECHTSHOF ’S-HERTOGENBOSCH
Uitspraak van 7 november 2023
[X] te [Z] , belanghebbende,
de inspecteur van de Belastingdienst, de Inspecteur,
Procesverloop
Feiten
In aanmerking nemende:
Gerechtshof 's-Hertogenbosch
Belanghebbende en haar echtgenoot namen per 1 april 2009 een varkenshouderij over in de vorm van een vennootschap onder firma (VOF). Zij deden gezamenlijk een verzoek om toepassing van de geruisloze doorschuiving ex artikel 3.63 Wet IB 2001 bij de aangifte inkomstenbelasting 2013. De Inspecteur legde een aanslag en een verzuimboete op. De Rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en matigde de boete wegens termijnoverschrijding.
In hoger beroep stond centraal of belanghebbende eenzijdig kon terugkomen op het verzoek om toepassing van de doorschuiffaciliteit. Het Hof oordeelde dat dit mogelijk is zolang de aanslagen bij de overdragers nog niet onherroepelijk vaststaan, wat hier het geval was. Hierdoor is de faciliteit niet van toepassing en dient de aanslag verminderd te worden. Het beroep op het vertrouwensbeginsel faalde, evenals het standpunt over te lage boekwaarden.
Verder oordeelde het Hof dat de Inspecteur niet alle op de zaak betrekking hebbende stukken tijdig had overgelegd, maar dit geen rechtsgevolgen had. De verzuimboete werd gehandhaafd zonder verdere matiging. Het Hof veroordeelde de Inspecteur tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan belanghebbende.
Uitkomst: Het Hof oordeelt dat belanghebbende eenzijdig kan terugkomen van het verzoek om geruisloze doorschuiving, vermindert de aanslag en veroordeelt de Inspecteur in de proceskosten.