AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoger beroep ontnemingsvordering wederrechtelijk verkregen voordeel uit PGB-fraude
In hoger beroep is het vonnis van de rechtbank Limburg vernietigd en opnieuw recht gedaan met betrekking tot de ontnemingsvordering ex artikel 36e Wetboek van Strafrecht. Betrokkene werd veroordeeld voor deelname aan een criminele organisatie die fraude pleegde met persoonsgebonden budgetten (PGB) in de periode 2009-2014.
Het hof verwierp de verweren van de verdediging omtrent de niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie, onder meer vanwege onvoldoende inzage in administratie en schending van het recht op verhoorbijstand. Het hof oordeelde dat het recht op een eerlijk proces niet was geschonden en dat bewijsuitsluiting of niet-ontvankelijkheid niet aan de orde waren.
De berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel werd deels overgenomen van het financieel rapport, maar het hof verwierp de extrapolatie naar het gehele cliëntbestand wegens onvoldoende representativiteit en betrouwbaarheid van de administratie. Het vastgestelde voordeel voor betrokkene werd daarom vastgesteld op € 25.269.
Daarnaast werd rekening gehouden met de draagkracht van betrokkene, maar geen matiging van de betalingsverplichting toegekend. De duur van de gijzeling werd vastgesteld op maximaal 505 dagen. Het hof constateerde een overschrijding van de redelijke termijn, maar dit leidde niet tot niet-ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie.
De uitspraak werd op 26 januari 2023 door het hof 's-Hertogenbosch gewezen.
Uitkomst: Betrokkene wordt verplicht tot betaling van € 25.269 aan wederrechtelijk verkregen voordeel met een maximale gijzelingstermijn van 505 dagen.
Voetnoten
1.Waar hierna wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op
2.Het e-mailbericht van [medeverdachte 6] aan [betrokkene 5] d.d. 19 mei 2015, blad 1 en 2. Dit
3.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 3] d.d. 24juni 2014, p. 147.
4.Het proces-verbaal van verhoor van [medeverdachte 1] d.d. 3juni 2014, p. 284.
5.Het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
6.De bij lagen behorend bij het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening
8.Zie het overzicht van de totaalbedragen van [betrokkene 7] op pagina 98, dat als bijlage is
9.Het proces-verbaal van de Inspectie SZW, Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel
10.EHRM 1 maart 2007, ECLJ:NL:XX:2007:BA1112.
11.Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 6] op pagina 103, dat als bijlage is
12.Verantwoordingsformulier PGB van budgethouder [betrokkene 8] over de periode 1juli 2009 tot
13.Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 1] op pagina 99, dat als bijlage is
14.Zie het overzicht van de totaalbedragen van [verdachte] op pagina 100, dat als bijlage is
15.Zie het overzicht van de totaalbedragen van [medeverdachte 6] op pagina 103, dat als bijlage is
16.Het proces-verbaal van bevindingen met betrekking tot betalingen aan [betrokkene 4] d.d. 2 november
17.Het proces-verbaal van bevindingen declareerbare handelingen PGB d.d. 4 november 2017. Dit
18.DOC-091-01, bijlage behorende bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, lid 2, d.d. 8 mei 2014, p. 104
19.Idem.
20.DOC-091-02, bijlage behorende bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, lid 2, d.d. 8 mei 2014, p. 105
21.Idem.
22.DOC-091-03, bijlage behorende bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, lid 2, d.d. 8 mei 2014, p. 106
23.DOC-091-04, bijlage behorende bij het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel ex artikel 36e, lid 2, d.d. 8 mei 2014, p. 107
24.Idem.