In deze zaak staat centraal of de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld jegens de werknemer, wat recht geeft op een billijke vergoeding. De werknemer werkte sinds 2019 als baliemedewerkster en meldde zich in maart 2021 ziek vanwege een onveilige werkomgeving veroorzaakt door haar leidinggevende. De arbeidsovereenkomst werd ontbonden wegens een verstoorde arbeidsrelatie.
De werknemer stelde dat de werkgever onvoldoende zorg heeft gedragen voor haar veiligheid, onder meer door verbaal en psychisch geweld van haar leidinggevende, wat leidde tot arbeidsongeschiktheid. De werkgever voerde aan dat de gedragingen van de leidinggevende aan een andere vennootschap toerekenbaar waren en dat zij haar verplichtingen had nageleefd.
Het hof oordeelde dat de werkgever aansprakelijk is voor het gedrag van de leidinggevende omdat zij de zorg voor veiligheid aan die vennootschap had overgelaten. Het gedrag van de leidinggevende kwalificeerde als ernstig verwijtbaar handelen, wat de ontbinding van de arbeidsovereenkomst rechtvaardigde. De billijke vergoeding werd vastgesteld op €4.000 bruto, lager dan de door de werknemer gevorderde €60.000, mede vanwege de korte duur van het dienstverband en het feit dat de werknemer snel ander werk vond.
De proceskosten in hoger beroep werden gecompenseerd en de eerdere beschikking werd vernietigd voor zover het de hoogte van de billijke vergoeding betrof. De werknemer werd veroordeeld tot terugbetaling van het teveel betaalde bedrag. Het hof bevestigde daarmee het ernstig verwijtbaar handelen van de werkgever en de toekenning van een billijke vergoeding, maar matigde de hoogte daarvan.