Uitspraak
GERECHTSHOF [plaats 4]
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
[noot: Vgl. Hoge Raad 9 november 2018, ECLI:NL:HR:2018:2082]De omstandigheid dat belanghebbende mogelijk in het buitenland woont en dat boeten aan hem zijn opgelegd, zoals belanghebbende nog heeft aangevoerd, maakt het voorgaande oordeel niet anders.
[noot: Vgl. bijv. Hoge Raad 21 januari 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP1466; en Hoge Raad 4 maart 2011, ECLI:NL:HR:2011:BP6285 en Hoge Raad 12 april 2013, ECLI:NL:HR:2013:BZ6824.]
[noot: Artikel 2.1, eerste lid, aanhef en onderdeel a, van de Wet IB 2001.]heeft aangemerkt.
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep gegrond;
- verklaart het incidentele hoger beroep ongegrond;
- vernietigt de uitspraak van de rechtbank, behalve de beslissingen betreffende de boetebeschikking over 2014, die ten aanzien van de vergoeding van immateriële schade en het griffierecht;
- verklaart het tegen de uitspraak op bezwaar bij de rechtbank ingestelde beroep gegrond;
- vernietigt de uitspraken op bezwaar;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2013 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 38.533;
- vermindert de navorderingsaanslag Zvw over het jaar 2013 tot een aanslag berekend naar een bijdrage inkomen van € 38.533;
- vermindert de navorderingsaanslag IB/PVV over het jaar 2014 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 39.049;
- vermindert de navorderingsaanslag Zvw over het jaar 2014 tot een aanslag berekend naar een bijdrage inkomen van € 39.049;
- vermindert de aanslag IB/PVV over het jaar 2015 tot een aanslag berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 33.442;
- vermindert de aanslag Zvw over het jaar 2015 tot een aanslag berekend naar een bijdrage inkomen van € 33.442;
- vermindert de belastingrentebeschikkingen over 2013, 2014 en 2015 dienovereenkomstig;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het bezwaar van € 1.294, onder verrekening van het reeds uitbetaalde bedrag;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij de rechtbank van € 3.401,25, onder verrekening van het reeds uitbetaalde bedrag;
- veroordeelt de inspecteur in de kosten van het geding bij het hof van € 5.429,50;
- bepaalt dat de inspecteur aan belanghebbende het betaalde griffierecht voor de behandeling van het hoger beroep bij het hof van € 272 vergoedt;
- bepaalt dat, voor zover de in hoger beroep toegekende (proces)kostenvergoeding en/of de vergoeding van griffierecht en/of vergoeding van schade niet tijdig wordt betaald, de wettelijke rente daarover is gaan lopen vier weken na de datum waarop deze uitspraak is gedaan.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).