Uitspraak
- [minderjarige 1], geboren op [geboortedatum] 2015 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 1] ,
- [minderjarige 2], geboren op [geboortedatum] 2016 te [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige 2] ,
1.Het geding in eerste aanleg
2.Het geding in hoger beroep
- de vader, bijgestaan door mr. Rademakers;
- de moeder, bijgestaan door mr. Van Hoof.
- de brief van 12 september 2025 namens JBB, ingekomen op 15 september 2025;
- de tijdens de mondelinge behandeling overgelegde spreekaantekeningen namens de vader.
3.De feiten
4.De beoordeling
Daaraan doet niet af dat de ondertoezichtstelling inmiddels is geëindigd. Immers ook van de afwijzing van een verzoek tot ondertoezichtstelling staat hoger beroep open.”, aldus het gerechtshof Den Haag. In de beschikking van het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 17 september 2024 (ECLI:GHARL:2024:5871) is een afgewezen verlengingsverzoek alsnog toegewezen, ná het verstrijken van termijn van de lopende ondertoezichtstelling, aldus ook gedeeltelijk met terugwerkende kracht. Hier overwoog dat hof o.a. dat – kort gezegd – na het verstrijken van de eerder uitgesproken ondertoezichtstelling, het afgewezen verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling in hoger beroep opnieuw in zijn geheel moet kunnen worden beoordeeld, aangezien anders “
aan een partij of belanghebbende de mogelijkheid tot het instellen van hoger beroep feitelijk zou worden ontnomen.”, aldus het hof Arnhem-Leeuwarden.
Ook een afwijzing moet door een hogere rechter kunnen worden getoetst en tot een andere beslissing kunnen leiden. Het hof is van oordeel dat het systeem van de wet meebrengt dat in geval het hof van oordeel is dat de rechtbank het verlengingsverzoek ten onrechte heeft afgewezen, het hof (opnieuw) een ondertoezichtstelling kan uitspreken, welke in tijd overigens wel beperkt is tot de einddatum van het oorspronkelijke door de GI gedane verleningsverzoek.”, aldus het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
De kinderrechter heeft in de bestreden beschikking van 11 februari 2025 het verzoek van de GI om verlenging van de ondertoezichtstelling van de kinderen afgewezen. Dit betekent dat de ondertoezichtstelling per 9 maart 2025 van rechtswege is geëindigd en op dit moment niet meer kan worden verlengd. Dat de door de moeder beoogde maximale termijn van de verlenging – namelijk tot 9 maart 2026 – nu nog niet is verstreken, doet er dan ook niet toe.” en “
De ondertoezichtstelling is op 5 februari 2025 verlopen en kan niet alsnog “tot leven” komen en verlengd worden door het alsnog toewijzen van het verzoek.”, aldus het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden.
in hoger beroepeen ondertoezichtstelling die van rechtswege is geëindigd niet meer kan worden verlengd, de juiste (in aanmerking genomen dat in de situatie die heeft geleid tot voornoemd arrest van de Hoge Raad een situatie in eerste aanleg betrof)?