Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
(…)
(…)
een op uw naam gestelde machtiging in te dienen. Als hoger beroep is ingesteld door een belanghebbende B.V., C.V., N.V., V.O.F., stichting of vereniging dan tevens ter zake een uittreksel van inschrijving bij de Kvk toevoegen, waaruit blijkt dat namens belanghebbende correct hoger beroep is ingesteld. De machtiging en het uittreksel Kvk mogen niet ouder zijn dan 6 maanden gerekend vanaf het moment van indiening van het hogerberoepschrift;
Zoals eerder aan [kantoornaam] gemeld, vermeldt de door [kantoornaam] in bovengenoemd zaaknummer overgelegde machtiging niet voor welke beschikking en/of aanslag [kantoornaam] gemachtigd is. Dit leidt/ kan leiden tot problemen, bijvoorbeeld in geval van een intrekking van het hoger beroep dan wel (het sluiten van) compromissen voor, tijdens of na zitting. Hierdoor twijfelt het hof aan de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [kantoornaam] ten tijde van het instellen van het hoger beroep.
Jurisprudentie:
De uitspraak van 18 juni 2024 van hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2024:1648), waarin het hof heeft geoordeeld dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [kantoornaam] als gemachtigde ten tijde van het instellen van het hoger beroep niet meer bestond; o
De uitspraak van 24 september 2024 van hof Amsterdam (ECLI:NL:GHAMS:2024:2670), waarin het hof als uitgangspunt heeft genomen dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid van [kantoornaam] ten tijde van het instellen van het hoger beroep niet (langer) bestond hetgeen het gerechtshof Amsterdam ertoe heeft gebracht het hoger beroep niet-ontvankelijk te verklaren.
De uitspraken van 26 september 2024 van hof Den Haag (ECLI:NL:GHDHA:2024:1915, ECLI:NL:GHDHA:2024:1916 en ECLI:NL:GHDHA:2024:1917), waaruit volgt (eerstgenoemde uitspraak) dat [kantoornaam] – ondanks het ontbreken en niet overleggen van een recente machtiging – zich ten onrechte als gemachtigde heeft gesteld in hoger beroep, waarop het hof heeft geoordeeld dat [kantoornaam] geen gemachtigde is en (laatstgenoemde twee uitspraken) dat het gerechtshof [kantoornaam] heeft verzocht een op naam van [kantoornaam] gestelde machtiging in te dienen (niet ouder dan 3 maanden) en – omdat [kantoornaam] niet aan dit verzoek heeft voldaan – [kantoornaam] niet als gemachtigde heeft aangemerkt in deze hoger beroepen.
Het arrest van de Hoge Raad van 11 oktober 2024 (ECLI:NL:HR:2024:1441) waarin de Hoge Raad het cassatieberoep dat door [kantoornaam] was ingesteld, niet–ontvankelijk verklaart vanwege het niet overleggen van een recente machtiging of verklaring van instemming.
Uit niets volgt dat belanghebbende op de hoogte is (gebracht) van het ingestelde hoger beroep; u heeft uw stelling niet onderbouwd met stukken. Hierdoor valt naar het oordeel van het hof – mede gelet op het voorgaande – niet uit te sluiten dat de vertegenwoordigingsbevoegdheid door herroeping van de machtiging door belanghebbende is geëindigd. Graag ontvangt het gerechtshof in bovengenoemd zaaknummer alsnog de onderliggende (bewijs)stukken waaruit volgt dat belanghebbende op de hoogte is (gebracht) van het ingestelde hoger beroep.
3.Geschil en conclusies van partijen
4.Gronden
5.Beslissing
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).