Uitspraak
GERECHTSHOF ’s-HERTOGENBOSCH
1.Ontstaan en loop van het geding
2.Feiten
3.Geschil en conclusies van partijen
- i) Kan aan belanghebbende een naheffingsaanslag omzetbelasting worden opgelegd voor de intracommunautaire verwerving van de auto als eerder door [bedrijf 1] ten onrechte het 0%-tarief van Tabel II, letter a, onderdeel 6, Wet op de omzetbelasting 1968 (hierna: Wet OB) is toegepast?
- ii) Is sprake van verhuur in plaats van een levering?
- iii) Heeft op het moment van verhuur een intracommunautaire verwerving in Nederland plaatsgevonden?
- iv) Is het verdedigingsbeginsel geschonden?
- v) Kan een naheffingsaanslag worden opgelegd als eerder voor hetzelfde feit een naheffingsaanslag is opgelegd en vernietigd?
- vi) Kan een verzuimboete worden opgelegd als eerder voor hetzelfde feit een vergrijpboete is opgelegd en vernietigd?
- vii) Heeft de inspecteur de verzuimboete terecht en tot het juiste bedrag opgelegd?
- viii) Zijn de rechtbank en het hof bevoegd uitleg te geven aan het Unierecht?
- ix) Bestaat er aanleiding tot het stellen van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ EU)?
- x) Is van belanghebbende terecht (vooraf) griffierecht geheven?
- xi) Heeft de rechtbank ten onrechte geoordeeld dat samenhang bestaat tussen de bpm-zaak en de ob-zaak van belanghebbende zodat maar één vergoeding voor immateriële schade en één proceskostenvergoeding moet worden toegekend?
- xii) Heeft belanghebbende recht op vergoeding van de werkelijke proceskosten?
4.Gronden
[voetnoot 2: Artikel 3, lid 1 onder a Wet OB 1968].
5.Beslissing
- verklaart het hoger beroep ongegrond;
- bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
de Hoge Raad der Nederlanden via het webportaal van de Hoge Raad www.hogeraad.nl.
de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), postbus 20303, 2500 EH Den Haag.Alle andere personen en gemachtigden die beroepsmatig rechtsbijstand verlenen, zijn in beginsel verplicht digitaal te procederen (zie
www.hogeraad.nl).