Belanghebbende maakte in haar aangiften inkomstenbelasting 2018 en 2019 aftrek van specifieke zorgkosten, waaronder vervoerskosten, medicijnen, hulpmiddelen en extra uitgaven voor kleding en beddengoed. De inspecteur corrigeerde deze aftrekposten omdat belanghebbende onvoldoende bewijs leverde dat de kosten daadwerkelijk door haar waren gemaakt en voldeden aan de wettelijke voorwaarden.
Belanghebbende voerde aan dat de inspecteur de aangiften niet had mogen controleren vanwege haar registratie in het Fraude Signalering Voorziening-systeem (FSV) en dat het vertrouwensbeginsel en een VN-resolutie haar bescherming boden. Het hof oordeelde dat de controle rechtmatig was, de FSV-registratie niet leidde tot selectie van de aangiften en dat het vertrouwensbeginsel niet van toepassing was omdat het vertrouwen tijdig was opgezegd.
Het hof wees het beroep af omdat belanghebbende niet aannemelijk had gemaakt dat zij hogere kosten had gemaakt dan de inspecteur had geaccepteerd. Ook de stelling dat de AVG de gegevensverwerking verbiedt faalde, evenals het beroep op de VN-resolutie. Er werd geen schadevergoeding toegekend en het griffierecht en proceskosten werden niet vergoed.