ECLI:NL:HR:1996:AA1983
Hoge Raad
- Cassatie
- J.J. Stoffer
- J.H. Urlings
- J. Zuurmond
- J.H. Fleers
- J. Pos
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over toepassing Nedeco-regeling en aftrek huisvestingskosten bij buitenlandse uitzending
Belanghebbende kreeg voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting opgelegd over een belastbaar inkomen van ƒ 51.365,--. Na bezwaar handhaafde de Inspecteur de aanslag, maar het Hof Arnhem verminderde deze ambtshalve tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.936,--. Belanghebbende stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het Hof.
De kern van het geschil betrof de toepassing van de Nedeco-regeling voor buitenlandse uitzendingen en de aftrekbaarheid van huisvestingskosten die belanghebbende tijdens drie buitenlandse dienstreizen maakte. Het Hof had geoordeeld dat het belastbaar inkomen moest worden berekend naar rato van het aantal kalenderdagen (366) en dat de huisvestingskosten niet aftrekbaar waren omdat deze samenhangen met het persoonlijke leven.
De Hoge Raad bevestigde dat het jaarloon betrekking heeft op het volle kalenderjaar en dat de noemer van de breuk daarom 366 dagen moet zijn. Vervolgens oordeelde de Hoge Raad dat de huisvestingskosten tijdens de dienstreizen uitsluitend door de aard van de dienstbetrekking worden veroorzaakt en niet samenhangen met het persoonlijke leven. Daarom moeten deze kosten niet worden aangemerkt als persoonlijke uitgaven en zijn zij aftrekbaar.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof en de uitspraak van de Inspecteur, en stelde het belastbaar inkomen vast op ƒ 50.556,-- na correctie van de vergoeding voor huisvesting volgens de normen van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 1990. Tevens werden proceskosten toegewezen aan belanghebbende. Het arrest werd op 5 juni 1996 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De Hoge Raad vermindert de aanslag inkomstenbelasting 1992 tot een belastbaar inkomen van ƒ 50.556,-- en wijst proceskosten toe aan belanghebbende.