ECLI:NL:HR:1996:ZC2018
Hoge Raad
- Cassatie
- Snijders
- Mijnssen
- Neleman
- Heemskerk
- Nieuwenhuis
- Rechtspraak.nl
Vordering uit ongerechtvaardigde verrijking bij intrekking vergunning apotheekhoudende huisarts
In deze zaak vordert een huisarts vergoeding van een apotheker wegens ongerechtvaardigde verrijking nadat de vergunning van de huisarts om een apotheek te houden was ingetrokken. De huisarts was apotheekhoudend en verloor inkomsten door de intrekking van zijn vergunning, terwijl de apotheker inkomsten verwierf door overname van de geneesmiddelenverstrekking.
De rechtbank wees de vordering af, maar het hof stelde vast dat sprake was van verrijking van de apotheker en verarming van de huisarts. Het hof oordeelde dat de verrijking ongerechtvaardigd was omdat de apotheker door het verzoek tot intrekking van de vergunning de huisarts schade berokkende en dat dit past binnen het Nederlandse rechtsstelsel, mede gelet op publiekrechtelijke regelingen en de BACO-overeenkomst.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de apotheker. Het hof had terecht geoordeeld dat de apotheker gehouden kon zijn tot vergoeding, ondanks het ontbreken van een wettelijke regeling in de Wet op de Geneesmiddelenvoorziening. De voorzienbaarheid van intrekking van de vergunning betekent niet dat de huisarts zonder vergoeding schade moet dragen. De Hoge Raad bevestigde dat de verrijking ongerechtvaardigd is en dat de apotheker de schade redelijkerwijs moet vergoeden.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de apotheker gehouden is tot vergoeding wegens ongerechtvaardigde verrijking.