ECLI:NL:HR:1997:AA2086
Hoge Raad
- Cassatie
- R.J.J. Jansen
- Van der Linde
- Van der Putt-Lauwers
- Van Brunschot
- Meij
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geoorloofdheid van onderhoudsvoorziening bij vennootschapsbelasting 1987
X B.V. had voor het jaar 1987 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd gekregen, die na bezwaar gehandhaafd bleef. Het Hof Arnhem vernietigde deze uitspraak en verminderde de aanslag, waarbij het oordeelde dat de door X B.V. gevormde onderhoudsvoorziening voor toekomstige onderhoudskosten geoorloofd was. De Staatssecretaris stelde hiertegen cassatieberoep in, stellende dat de onderhoudscontracten een doorlopende prestatie vormden en dat de maandelijkse betalingen als direct verdiend moesten worden beschouwd.
De Hoge Raad overwoog dat het Hof terecht had vastgesteld dat geen sprake was van een doorlopende prestatie van dag tot dag, maar van onderhoudsbeurten die met toenemende tussenpozen en omvang plaatsvinden. De Hoge Raad bevestigde dat goed koopmansgebruik toestaat dat een voorziening wordt gevormd voor toekomstige prestaties indien de vergoeding ook betrekking heeft op toekomstige verplichtingen. Tevens werd geoordeeld dat het Hof niet buiten de rechtsstrijd was getreden door de voorziening als reserve te kwalificeren.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en veroordeelde de Staatssecretaris in de proceskosten. Hiermee blijft het oordeel van het Hof dat de aanslag verminderd moet worden gehandhaafd in stand, waarbij de onderhoudsvoorziening als een geoorloofd winstbepalingsstelsel wordt erkend.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat het vormen van een onderhoudsvoorziening geoorloofd is.