ECLI:NL:HR:1997:AA2242
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- raadsheer Urlings
- raadsheer Zuurmond
- raadsheer Fleer
- raadsheer Beukenhorst
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardering sportcomplex voor onroerendgoedbelasting 1988
Belanghebbende, een vereniging, kreeg voor het jaar 1988 een aanslag onroerendgoedbelasting opgelegd door de gemeente Rotterdam voor een sportcomplex aan een adres te Z. Na bezwaar en meerdere gerechtelijke procedures werd de aanslag verminderd door het Gerechtshof Amsterdam, dat oordeelde dat de heffingsgrondslag lager moest zijn dan oorspronkelijk vastgesteld.
De vereniging stelde in cassatie dat de vervangingswaarde van het sportcomplex op nihil moest worden gesteld, verwijzend naar een eerdere uitspraak over een monumentaal gebouw, de Nieuwe Kerk te Amsterdam. De Hoge Raad oordeelde echter dat het sportcomplex niet vergelijkbaar is met een onvervangbaar cultuurgoed en dat het maatschappelijke belang van sportbeoefening juist inhoudt dat het complex wel degelijk een nut heeft dat in waarde kan worden uitgedrukt.
Het cassatieberoep werd verworpen, waarbij de Hoge Raad bevestigde dat het Hof terecht het maatschappelijke nut van het sportcomplex heeft meegewogen bij de waardering voor belastingdoeleinden. Er werden geen proceskosten aan de vereniging opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt de waardering van het sportcomplex voor de onroerendgoedbelasting 1988.