Uitspraak
17 januari 1997.
Hoge Raad
In deze zaak vordert de gemeente verhaal op verzoeker van bijstand die onterecht is verleend omdat verzoeker niet heeft gemeld dat hij als zelfstandige werkte. De Rechtbank had de vordering toegewezen, maar de Hoge Raad vernietigde dit en verwees de zaak naar het Hof.
Het Hof stelde vast dat verzoeker als zelfstandige werkte en dat hij meer dan 50% van de normale arbeidstijd besteedde aan zijn werkzaamheden, waardoor hij niet in aanmerking kwam voor aanvullende bijstand. Het Hof veroordeelde verzoeker tot betaling van een bedrag en in de proceskosten.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof ten onrechte het verhaal van bijstand niet heeft beperkt tot de periode vóór de datum waarop verzoeker zijn mededelingsplicht is nagekomen. Verder vernietigt de Hoge Raad de kostenveroordelingen van het Hof omdat het Hof niet vrij was om eerdere beslissingen op dit punt te wijzigen.
De zaak wordt terugverwezen naar het Gerechtshof te Amsterdam voor verdere behandeling en beslissing, waarbij het verhaal van bijstand beperkt moet worden tot de periode vóór de correcte mededeling door verzoeker.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de beslissingen van het Hof en verwijst de zaak terug met de beperking dat verhaal van bijstand slechts mogelijk is tot de datum van naleving van de mededelingsplicht.