Uitspraak
1.Procesverloop
2.Uitgangspunten en feiten
3.Beoordeling van het middel in het principale beroep
4.Beslissing
22 maart 2024.
Hoge Raad
De zaak betreft een executiegeschil over arbitrale vonnissen tussen de Russische Federatie en voormalige aandeelhouders van OJSC Yukos Oil Company, HVY. De Russische Federatie vorderde vernietiging van arbitrale vonnissen en stelde dat de tenuitvoerlegging van deze vonnissen geschorst moest worden vanwege een lopende vernietigingsprocedure. De voorzieningenrechter en het hof waren verdeeld over het beslag op intellectuele eigendomsrechten.
De Hoge Raad oordeelt dat ondanks de lopende vernietigingsprocedure, de tenuitvoerlegging van de arbitrale vonnissen niet geschorst wordt op grond van artikel 1066 lid 1 Rv Pro. De Hoge Raad stelt dat het arrest van 5 november 2021 waarin eerdere hofarresten werden vernietigd, niet leidt tot herleving van het vonnis van de rechtbank Den Haag van 20 april 2016 dat de arbitrale vonnissen vernietigde wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst.
De Hoge Raad bevestigt dat het oordeel van het hof dat de arbitrale beslissingen niet wegens het ontbreken van een geldige arbitrageovereenkomst kunnen worden vernietigd, onaantastbaar is geworden. Daarmee is de dragende grond van het eerdere vernietigende vonnis komen te vervallen en is de tenuitvoerlegging van de arbitrale vonnissen rechtsgeldig. Het cassatieberoep van de Russische Federatie wordt verworpen en zij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt dat de tenuitvoerlegging van de arbitrale vonnissen niet wordt geschorst door de lopende vernietigingsprocedure.