ECLI:NL:HR:1999:AA2902
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Stoffer
- Pos
- Beukenhorst
- Monné
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt navorderingsaanslag en gedeeltelijke kwijtschelding inkomstenbelasting 1991
Belanghebbende kreeg aanvankelijk een aanslag inkomstenbelasting over 1991 opgelegd op basis van een belastbaar inkomen van ƒ 87.944. Later werd een navorderingsaanslag opgelegd met een belastbaar inkomen van ƒ 3.917.944, inclusief een verhoging van 100% waarover geen kwijtschelding werd verleend. Belanghebbende maakte bezwaar, dat werd afgewezen door de Inspecteur, waarna het Hof het bezwaar deels honoreerde door de navorderingsaanslag te handhaven maar de verhoging gedeeltelijk kwijt te schelden tot ƒ 1.000.000.
In cassatie stelde belanghebbende twintig middelen voor, die de Hoge Raad grotendeels onbeantwoord laat omdat de feitelijke oordelen van het Hof niet onbegrijpelijk zijn. Het Hof oordeelde dat belanghebbende zich bewust was van een foutieve teruggaaf omzetbelasting van ruim ƒ 3,8 miljoen aan zijn BV, dat dit bedrag op een Zwitserse rekening stond en dat belanghebbende het bedrag arglistig heeft toegeëigend. Dit voordeel moet worden gerekend tot het inkomen van belanghebbende.
De Hoge Raad bevestigt dat het bedrag tot het inkomen behoort en verwerpt het cassatieberoep. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. Het arrest is uitgesproken op 29 september 1999 door de genoemde raadsheren onder voorzitterschap van vice-president Stoffer.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de navorderingsaanslag met gedeeltelijke kwijtschelding wordt bevestigd.