ECLI:NL:HR:1999:AA3381
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Neleman
- Heemskerk
- De Savornin Lohman
- Kop
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt recht op omgang tussen juridische vader en kind bij kunstmatige inseminatie
In deze zaak stond centraal of de juridische vader, die het kind heeft erkend na kunstmatige inseminatie bij een lesbisch stel, een zelfstandig recht op omgang met het kind heeft. De moeder en haar partner voerden een lesbische relatie en het kind werd geboren in 1995. De vader erkende het kind met toestemming van de moeder en zij spraken af dat hij geen kinderalimentatie zou betalen.
De rechtbank verklaarde de vader ontvankelijk in zijn verzoek tot omgang en vroeg de Raad voor de Kinderbescherming om advies. Het hof bekrachtigde deze beslissing en oordeelde dat door erkenning sprake is van “family life” zoals bedoeld in artikel 8 EVRM Pro, tenzij zwaarwegende feiten het tegendeel bewijzen.
De moeder stelde in cassatie dat het hof een onjuiste maatstaf hanteerde en onterecht aannam dat het family life niet was verbroken. De Hoge Raad verwierp dit middel en bevestigde dat de erkenning de vader niet alleen biologische maar ook juridische vader maakt, waardoor het recht op omgang geldt. Het ontbreken van huidig contact is onvoldoende om het family life te verbreken zonder andere zwaarwegende omstandigheden.
De Hoge Raad concludeerde dat het hof geen onjuiste rechtsopvatting had en dat het oordeel niet onbegrijpelijk of onvoldoende gemotiveerd was. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het recht van de juridische vader op omgang met het kind.