ECLI:NL:PHR:2004:AN9861
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling wegens voorraad hebben van valse bankbiljetten met oogmerk tot uitgifte
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens het op 10 november 1999 in voorraad hebben van valse bankbiljetten van DM 100 en fl. 1.000 met het oogmerk deze als echt en onvervalst uit te geven of te doen uitgeven. Het hof baseerde dit op observaties, telefoongesprekken en de vondst van de valse biljetten in de kofferbak van een door verdachte gehuurde auto.
Verdachte voerde in hoger beroep aan dat er geen redelijk vermoeden van schuld bestond bij zijn aanhouding en dat het bewijs onrechtmatig was verkregen. Het hof verwierp dit verweer op grond van de beschikbare informatie over drugshandel en observaties die een redelijk vermoeden van schuld aan een strafbaar feit onder de Opiumwet rechtvaardigden. Ook het feit dat in plaats van drugs valse biljetten werden aangetroffen deed hieraan niet af.
Verdachte ontkende kennis te hebben van de tas met valse biljetten in zijn auto, maar het hof achtte deze verklaring kennelijk leugenachtig omdat observaties lieten zien dat verdachte de tas zelf in de kofferbak plaatste. Het hof concludeerde dat verdachte bekend was met de valsheid van de biljetten en het oogmerk had deze als echt uit te geven. De Hoge Raad vond geen onjuiste rechtsopvatting in het oordeel van het hof en verwierp het cassatieberoep.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf wegens het in voorraad hebben van valse bankbiljetten met het oogmerk deze als echt uit te geven.