ECLI:NL:HR:2000:AA5261
Hoge Raad
- Cassatie
- vice-president Roelvink
- Heemskerk
- Herrmann
- Fleers
- Kop
- Rechtspraak.nl
Beoordeling schorsing hoger beroep na faillietverklaring en niet-ontvankelijkheid wegens niet tijdig inschrijven rol
In deze zaak vorderde verweerder betaling van een geldsom van eiser. De rechtbank wees de vordering toe en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad onder zekerheidstelling. Eiser stelde hoger beroep in, maar verzuimde de zaak tijdig op de rol van het hof te doen inschrijven. Kort na de dagvaarding werd eiser failliet verklaard. Eiser bracht pas ruim dertien weken na de eerste zittingsdatum een herstelexploit uit met oproeping tot verschijnen, wat te laat was.
Het hof verklaarde eiser niet-ontvankelijk in hoger beroep wegens het niet tijdig inschrijven van de zaak op de rol en het niet met bekwame spoed herstellen van dit verzuim. De Hoge Raad overwoog dat volgens art. 29 Faillissementswet Pro het geding na faillietverklaring wordt geschorst indien het geding tijdig en regelmatig is aangebracht door inschrijving op de rol. Indien de faillietverklaring plaatsvindt na dagvaarding maar vóór inschrijving, dan wordt schorsing pas van kracht na tijdige inschrijving en eerste zitting.
Omdat eiser de zaak niet tijdig op de rol had gebracht en het verzuim niet tijdig herstelde, was het geding niet aanhangig bij het hof op het moment van faillietverklaring en kon de schorsing niet ambtshalve plaatsvinden. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de niet-ontvankelijkheid van eiser in hoger beroep.
De Hoge Raad veroordeelde eiser in de kosten van het cassatiegeding en sprak het arrest uit op 24 maart 2000.
Uitkomst: Eiser is terecht niet-ontvankelijk verklaard in hoger beroep wegens niet tijdige inschrijving van de zaak op de rol.