ECLI:NL:PHR:2000:AA6923
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Wijziging middelingstijdvak bij bezwaar toegestaan onder voorwaarden
In deze zaak gaat het om de vraag of een belastingplichtige bij bezwaar een wijziging kan aanbrengen in het middelingstijdvak waarop een middelingsteruggaaf is gebaseerd. Belanghebbende had een middelingsteruggaaf aangevraagd over de jaren 1991 tot en met 1993, maar wenste dit tijdvak te wijzigen naar 1990 tot en met 1992. De Inspecteur wees dit af en het Hof verklaarde het beroep ongegrond.
De Hoge Raad onderzoekt de wettelijke regeling van de middeling (art. 66a Wet IB 1964) en de uitvoeringsregels, evenals de jurisprudentie over fiscale keuzerechten. De Raad concludeert dat de wet niet uitsluit dat het middelingstijdvak bij bezwaar gewijzigd kan worden, zolang het verzoek binnen de wettelijke termijn wordt gedaan en het nieuwe tijdvak voldoet aan de voorwaarden van drie aaneengesloten jaren.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander Hof voor verdere behandeling, zodat de Inspecteur kan beoordelen of de berekening van de middelingsteruggaaf over het gewijzigde tijdvak correct is. Hiermee wordt bevestigd dat het middelingstijdvak pas definitief vaststaat bij onherroepelijkheid van de beschikking na bezwaar en beroep.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak terug voor beoordeling van de wijziging van het middelingstijdvak.