ECLI:NL:HR:2001:AB0274
Hoge Raad
- Cassatie
- E. Korthals Altes
- A.G. Pos
- L. Monné
- P.J. van Amersfoort
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beoordeling fiscale behandeling afkoop ontslagvergoeding in inkomstenbelasting
In deze zaak staat centraal de fiscale behandeling van een afkoop van een ontslagvergoeding die in de vorm van een gerichte lijfrente was verzekerd. Belanghebbende ontving in 1994 een ontslagvergoeding, waarvoor een aanspraak op een gerichte lijfrente werd bedongen bij een verzekeringsmaatschappij. In 1996 werd deze aanspraak afgekocht en in contanten uitgekeerd.
De vraag was of deze afkoop belast moest worden tegen het bijzondere tarief van artikel 57, lid 2, van de Wet inkomstenbelasting 1964 (Wet IB). Het Hof oordeelde dat de afkoop als vervanging van gederfd loon moet worden gezien en derhalve het bijzondere tarief van toepassing is. De Staatssecretaris stelde beroep in cassatie in tegen deze uitspraak.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en overweegt dat de aanspraak, ook na toepassing van de fictie van artikel 11c van de Wet op de loonbelasting 1964, haar oorspronkelijke hoedanigheid behoudt en dient te worden belast als loon uit vroegere dienstbetrekking. De afkoop is derhalve belast tegen het progressieve tarief van artikel 57, lid 2, Wet IB. Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van de Staatssecretaris wordt ongegrond verklaard en hij wordt veroordeeld in de proceskosten.