Uitspraak
1.Geding in cassatie
2.Beoordeling van het middel
(Vgl. HR 18 juni 2013, ECLI:NL:HR:2013:CA3307, rov. 2.3.) Ook indien ten tijde van de bestreden uitspraak nog geen sprake was van een onherroepelijke toekenning, stond het aan het Hof vrij op grond van art. 36e, achtste lid (oud), Sr de aan de benadeelde derde verschuldigde som op het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel werd geschat, in mindering te brengen (vgl. HR 8 mei 2001, ECLI:NL:HR:2001:AB1518).
3.Beslissing
11 juni 2019.