ECLI:NL:HR:2002:AD5801
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt hofuitspraak over herrekening verzekeringsvoorzieningen en waardering UK-property
Belanghebbende, een levensverzekeringsmaatschappij met een vaste inrichting in Nederland, was het niet eens met de aanslag vennootschapsbelasting over 1994. Het hof had het bezwaar van belanghebbende ontvankelijk verklaard maar de aanslag gehandhaafd. De Hoge Raad oordeelt dat het hof ten onrechte het Convenant inzake herrekening van de premiereserve niet correct heeft uitgelegd en dat het hof belanghebbende niet de gelegenheid heeft gegeven haar herrekening nader toe te lichten.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat het hof onvoldoende rekening heeft gehouden met de waardering van onroerende zaken die tot de vaste inrichting behoren, vooral met betrekking tot de overgang van belastingverdragsstatus per 6 april 1981. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof, behoudens het griffierecht, en verwijst de zaak naar het gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling.
De Hoge Raad veroordeelt de Staatssecretaris van Financiën in de kosten van het cassatieproces en bepaalt dat de Staat het griffierecht aan belanghebbende moet vergoeden. De zaak betreft complexe fiscale en bestuursrechtelijke vraagstukken rond de waardering van verzekeringsverplichtingen en vaste inrichtingen in internationaal verband.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nadere behandeling.