ECLI:NL:PHR:2002:AD5801
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over toepassing Convenant en belastbaarheid UKP in vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een Nederlandse levensverzekeringsmaatschappij, berekende haar premiereserve volgens het Convenant, maar wenste deze te herrekenen naar zwaardere grondslagen. Het Hof Amsterdam oordeelde dat het Convenant integraal van toepassing was en verwierp de bezwaren van belanghebbende, onder meer over de omrekening van de premiereserve en de belastbaarheid van vermogenswinsten uit het UKP, een fictieve vaste inrichting in Nederland.
De Hoge Raad stelt vast dat belanghebbende niet partij was bij het Convenant en onvoldoende is gemotiveerd waarom het Convenant integraal op haar van toepassing zou zijn. De relativiteit van contractswerking vereist toetreding of gerechtvaardigd vertrouwen, wat hier ontbreekt. Daarom is het oordeel van het Hof over de toepasselijkheid van het Convenant onvoldoende gemotiveerd.
Verder behandelt de Hoge Raad de belastbaarheid van vermogenswinsten uit het UKP en de vraag van compartimentering. Het hof heeft terecht geoordeeld dat Nederland heffingsrecht toekomt over deze winsten, ook voor waardestijgingen vóór het verdrag met het VK. De stelselwijziging van waardering van het UKP op marktwaarde is ongeoorloofd.
De Hoge Raad verklaart het beroep gegrond, vernietigt het arrest van het Hof en verwijst de zaak naar een ander gerechtshof voor verdere behandeling en beslissing.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het arrest van het Hof vernietigd en de zaak verwezen voor verdere behandeling.