ECLI:NL:PHR:2002:AD7326
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid bestuurder voor onrechtmatige onttrekking van vennootschapsvermogen
In deze zaak stond de vraag centraal of de bestuurder en enig aandeelhouder van IBK, [eiseres], persoonlijk aansprakelijk kon worden gehouden voor schade die Maarssen Bouwbedrijf B.V. (Maarssen) had geleden door onrechtmatige onttrekking van vennootschapsvermogen.
Na een koopovereenkomst tussen IBK en Maarssen ontstond een geschil over de nakoming en betaling. Een vonnis van de rechtbank Utrecht werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard, waarna Maarssen betaling ontving. Later werd dit vonnis in hoger beroep vernietigd, waardoor Maarssen haar vordering niet meer op IBK kon verhalen. [Eiseres] had het bedrag dat Maarssen had betaald aan IBK onttrokken en voor zichzelf gehouden, terwijl zij wist of behoorde te weten dat IBK geen verhaal zou bieden bij vernietiging van het vonnis.
De Hoge Raad bevestigde dat degene die een vonnis uitvoert dat niet in kracht van gewijsde is gegaan, voor eigen risico handelt en aansprakelijk kan zijn indien het vonnis wordt vernietigd. Verder oordeelde de Hoge Raad dat [eiseres] onrechtmatig had gehandeld door het risico te nemen dat Maarssen haar vordering niet meer op IBK zou kunnen verhalen, en dat zij persoonlijk aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade.
De Hoge Raad wees ook op de bijzondere positie van een beheersende schuldeiser zoals een bestuurder, die meer rekening moet houden met de belangen van andere schuldeisers. De voorzienbaarheid van het risico en het feit dat IBK sinds 1989 geen activiteiten meer ontplooide en geen tegoeden bezat, waren doorslaggevend voor het oordeel van onrechtmatigheid en aansprakelijkheid.
Het beroep van [eiseres] werd verworpen en zij werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de persoonlijke aansprakelijkheid van de bestuurder voor onrechtmatige onttrekking van vennootschapsvermogen en wijst het cassatieberoep af.