ECLI:NL:HR:2002:AD8191
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.G. Pos
- D.H. Beukenhorst
- A. Hammerstein
- P.C. Kop
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot omgangsregeling sociaal grootouderschap afgewezen wegens ontbreken family life
Verzoekster heeft bij de Rechtbank Breda een omgangsregeling met haar kleinkind gevraagd, dat onder toezicht staat en verblijft in een orthopedagogisch instituut. De Rechtbank verklaarde haar verzoek niet-ontvankelijk wegens het ontbreken van voldoende concrete feiten die family life in de zin van artikel 8 EVRM Pro rechtvaardigen.
Het Gerechtshof 's-Hertogenbosch bekrachtigde deze beslissing en oordeelde dat vanwege het ontbreken van biologische verwantschap strenge eisen gelden voor het aannemen van sociaal grootouderschap. De door verzoekster aangevoerde feiten waren onvoldoende om een nauwe persoonlijke betrekking aan te tonen.
Verzoekster stelde dat het kind gehoord had moeten worden op grond van artikel 12 van Pro het Verdrag inzake de rechten van het kind. De Hoge Raad verwierp dit verweer omdat het artikel niet vereist dat kinderen jonger dan twaalf jaar in alle zaken zelf worden gehoord, en omdat vertegenwoordigers van het kind wel zijn gehoord.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat strenge eisen gelden bij sociaal grootouderschap en dat het ontbreken van bloedverwantschap niet automatisch een eis is, maar dat concrete feiten noodzakelijk zijn om family life aan te nemen.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van een omgangsregeling wordt afgewezen wegens het ontbreken van voldoende concrete feiten die family life aantonen.