ECLI:NL:HR:2002:AE0867
Hoge Raad
- Cassatie
- P.J. van Amersfoort
- en J.W. van den Berge
- C.J.J. van Maanen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling navorderingsaanslag inkomstenbelasting 1992 en toepassing artikel 29 lid 2 AWR
Aan belanghebbende is voor het jaar 1992 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen opgelegd, die na bezwaar werd verminderd tot een belastbaar inkomen van ƒ 23.965. Vervolgens werd een navorderingsaanslag opgelegd naar een belastbaar inkomen van ƒ 1.336.465, welke na bezwaar werd gehandhaafd. Belanghebbende ging in beroep bij het Hof, dat de uitspraak van de Inspecteur bevestigde. Hiertegen stelde belanghebbende cassatie in bij de Hoge Raad.
De kern van het geschil betrof de toepassing van artikel 29 lid 2 van Pro de Algemene wet inzake rijksbelastingen (AWR), dat sinds 1 januari 1994 geldt. Belanghebbende stelde dat deze bepaling niet van toepassing kon zijn op navorderingsaanslagen over belastingjaren vóór 1994. De Hoge Raad oordeelde echter dat de wijziging onmiddellijke werking heeft en ook geldt voor aanslagen over jaren vóór 1994, omdat de wijziging niet de materiële belastingschuld raakt, maar slechts de vaststelling daarvan na inwerkingtreding.
De overige middelen van belanghebbende werden verworpen zonder nadere motivering, aangezien zij niet tot beantwoording van rechtsvragen in het belang van rechtseenheid of rechtsontwikkeling noodzaakten. De Hoge Raad wees het beroep af en veroordeelde belanghebbende niet in de proceskosten.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt ongegrond verklaard en het hofarrest bevestigd.