ECLI:NL:HR:2002:AE2181
Hoge Raad
- Cassatie
- G.G. van Erp Taalman Kip-Nieuwenkamp
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest over matiging loonvordering en wettelijke verhoging na ontslag op staande voet
De zaak betreft een loonvordering van verweerder tegen eiseres na een ontslag op staande voet gegeven op 18 december 1990. Het Gerechtshof Amsterdam had eiseres veroordeeld tot betaling van een aanzienlijk bedrag aan loon inclusief wettelijke verhoging, waarbij het Hof bepaalde dat het gebonden was aan eerdere beslissingen van de Rechtbank over de hoogte van de wettelijke verhoging.
Eiseres stelde in cassatie dat het Hof ten onrechte niet had meegewogen nieuwe verweren en dat het Hof onjuist had geoordeeld dat het gebonden was aan de eerdere beslissing over de wettelijke verhoging, ook voor de periode na 1 april 1991. De Hoge Raad oordeelde dat het Hof de samenhang tussen de matiging van de loonvordering en de wettelijke verhoging had miskend en dat het Hof ook bepaalde omstandigheden, zoals de niet-evidente onjuistheid van het ontslag en de wanverhouding tussen duur dienstverband en vordering, had moeten betrekken.
De Hoge Raad vernietigde het arrest van het Hof Amsterdam en verwees de zaak naar het Gerechtshof te 's-Gravenhage voor verdere behandeling en beslissing. Tevens veroordeelde de Hoge Raad partijen in de kosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: Het arrest van het Hof Amsterdam wordt vernietigd en de zaak verwezen naar het Hof 's-Gravenhage voor herbeoordeling.