ECLI:NL:HR:2002:AE3222
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- Rechtspraak.nl
Beperking verliesverrekening vennootschapsbelasting bij ontbreken beschikking
Belanghebbende kreeg voor 1996 een aanslag vennootschapsbelasting opgelegd op basis van een voorlopige jaarrekening, zonder rekening te houden met nog niet verrekende verliezen uit 1990-1994. Hoewel belanghebbende na het verstrijken van de bezwaartermijn alsnog een verzoek deed om vaststelling van deze verliezen, wees de Inspecteur dit af. Het Hof vernietigde de aanslag en verrekende de verliezen ambtshalve, maar de Staatssecretaris stelde cassatie in.
De Hoge Raad oordeelde dat de wetgever bewust heeft gekozen voor een systeem waarin alleen verliezen die bij voor bezwaar vatbare beschikking zijn vastgesteld, kunnen worden verrekend. Het indienen van een aangifte na het opleggen van de aanslag en buiten de termijn kan niet als aangifte worden beschouwd. Het beroep van de Staatssecretaris is gegrond verklaard en het arrest van het Hof vernietigd.
De Hoge Raad stelde het belastbaar bedrag vast op ƒ 733.253, rekening houdend met de verbeterde jaarstukken en de vastgestelde verliezen. Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde omdat er geen sprake was van gelijke gevallen tussen inkomstenbelastingplichtigen en vennootschapsbelastingplichtigen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en stelt dat alleen verliezen die bij voor bezwaar vatbare beschikking zijn vastgesteld, kunnen worden verrekend, waardoor de aanslag wordt verminderd tot ƒ 733.253.