ECLI:NL:HR:2002:AE3360
Hoge Raad
- Cassatie
- C.J.G. Bleichrodt
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- B.C. Savornin Lohman
- E.J. Numann
- W.A.M. van Schendel
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt strafrechtelijke aansprakelijkheid voor niet-doen van belastingaangifte zonder uitnodiging
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Arnhem waarin verdachte werd veroordeeld voor het opzettelijk niet doen van belastingaangifte, wat leidde tot het risico van te weinig geheven belasting. De verdachte voerde aan dat er geen aangifteplicht bestond omdat geen uitnodiging tot aangifte was ontvangen zoals vereist volgens art. 68, eerste lid, van de oude Algemene wet inzake rijksbelastingen.
Het Hof had echter vastgesteld dat de onderneming van verdachte wel degelijk was uitgenodigd tot het doen van aangifte, afgeleid uit verklaringen van verdachte en een mededirecteur, waarin werd erkend dat aangiften bewust werden achtergehouden vanwege financiële problemen. Het Hof kwalificeerde het bewezenverklaarde als opzettelijk niet doen van aangifte met het oog op belastingontduiking.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van verdachte faalde omdat het Hof een feitelijke grondslag had voor zijn oordeel dat de aangifteplicht bestond. De overige klachten van het middel werden niet nader behandeld omdat ze geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling betroffen. Het cassatieberoep werd verworpen en de veroordeling bleef in stand.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling van verdachte voor het opzettelijk niet doen van belastingaangifte.