ECLI:NL:HR:2002:AE4430
Hoge Raad
- Cassatie
- P. Neleman
- A.E.M. van der Putt-Lauwers
- H.A.M. Aaftink
- O. de Savornin Lohman
- P.C. Kop
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid stiefoom voor geleden schade door seksueel misbruik en verjaring
De zaak betreft een vordering van een vrouw tegen haar stiefoom wegens seksueel misbruik dat eindigde in 1981. De vrouw stelde de stiefoom pas in 1998 aansprakelijk voor de door haar geleden schade. De rechtbank wees de vordering af wegens verjaring, maar het hof vernietigde dit en stelde vast dat de verjaring pas in 1998 begon omdat de vrouw door psychiatrische ziekte niet eerder haar rechten kon geldend maken.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het hof dat de verjaringstermijn van vijf jaar pas aanving toen de omstandigheden het mogelijk maakten om de vordering in te stellen. De ziekte van de vrouw verhinderde haar tot dat moment het instellen van een rechtsvordering. Het hof had ook het causale verband tussen het misbruik en de psychische schade vastgesteld en de aansprakelijkheid van de stiefoom bevestigd.
Het beroep van de stiefoom wordt verworpen. De Hoge Raad oordeelt dat het hof voldoende gemotiveerd heeft dat de vrouw door haar psychiatrische toestand niet eerder kon handelen en dat de verjaring daarom later is begonnen. De stiefoom wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt aansprakelijkheid en oordeelt dat de verjaring pas in 1998 begon vanwege psychiatrische ziekte van de benadeelde.