ECLI:NL:HR:2002:AE8772
Hoge Raad
- Cassatie
- W.J.M. Davids
- F.H. Koster
- G.J.M. Corstens
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- E.J. Numann
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing noodtoestand bij hulp bij zelfdoding zonder medische ziekte
In deze zaak stond centraal of een arts zich op noodtoestand kan beroepen bij hulp bij zelfdoding van een patiënt zonder medisch geclassificeerde somatische of psychische aandoening. De verdachte, huisarts S., had op 22 april 1998 een hoogbejaarde patiënt B. geholpen bij zelfdoding. B. leed aan existentieel lijden en eenzaamheid, maar niet aan een medische ziekte.
De arts had meerdere gesprekken gevoerd, psychiater en huisarts als consulenten geraadpleegd, en concludeerde dat het verzoek vrijwillig en weloverwogen was. Het hof verwierp het beroep op noodtoestand omdat het lijden van B. niet binnen de medische deskundigheid viel en de arts buiten zijn professionele kader trad.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat hulp bij zelfdoding en euthanasie alleen gerechtvaardigd zijn indien het lijden een medisch geclassificeerde oorzaak heeft. Het beroep op noodtoestand faalde omdat de arts zich bewust was dat het verzoek buiten het medische domein viel. Ook het beroep op rechtsdwaling werd verworpen. Het hof legde geen straf op, maar verklaarde de arts wel strafbaar. Het cassatieberoep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de arts strafbaar is voor hulp bij zelfdoding zonder medisch geclassificeerde ziekte, maar legde geen straf op.