ECLI:NL:HR:2007:AZ9346
Hoge Raad
- Cassatie
- F.H. Koster
- J.P. Balkema
- J.W. Ilsink
- J. de Hullu
- W.M.E. Thomassen
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over regiezitting en definitieve beslissing op verzoeken tot horen van getuigen
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof te 's-Gravenhage waarin de verdachte is veroordeeld tot dertig maanden gevangenisstraf, waarvan zes maanden voorwaardelijk, wegens opzettelijk voordeel trekken uit seksuele handelingen met minderjarigen.
Centraal staat de afwijzing door het hof van verzoeken van de verdediging om getuigen te horen tijdens een regiezitting voorafgaand aan de inhoudelijke behandeling. De Hoge Raad benadrukt dat op regiezittingen definitieve beslissingen moeten worden genomen over dergelijke verzoeken, en dat voorlopige afwijzingen niet in de wet zijn voorzien en onwenselijk zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof de afwijzing onvoldoende heeft gemotiveerd, waardoor de beslissing niet begrijpelijk is. Tevens is de redelijke termijn voor de cassatieprocedure overschreden. Daarom wordt het arrest vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof voor hernieuwde berechting, waarbij de overschrijding van de redelijke termijn in acht moet worden genomen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde behandeling met inachtneming van de overschrijding van de redelijke termijn.