ECLI:NL:HR:2003:AF1897
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- D.G. van Vliet
- P. Lourens
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing beroep tegen naheffingsaanslag omzetbelasting wegens onjuiste toepassing begunstigde regeling
Belanghebbende, D B.V., nam in 1992 de wasserijactiviteiten van een ziekenhuis over en kreeg een regeling waarbij een bedrag van ƒ 10.000 per week buiten de heffing van omzetbelasting mocht blijven, mits dit bedrag separaat werd vermeld op de factuur. Tijdens een boekenonderzoek in 1995 werden crediteringen op basis van deze regeling opgemerkt, maar zonder nadere actie van de belastingdienst.
Later stelde de Inspecteur in 1998 dat de crediteringen niet in overeenstemming waren met de gemaakte afspraken en legde een naheffingsaanslag op. Het Hof oordeelde dat de regeling alleen gold voor extra loonkosten en niet voor andere kostenbestanddelen, en dat belanghebbende hiervan op de hoogte was. Ook concludeerde het Hof dat geen in rechte te beschermen vertrouwen was gewekt door het boekenonderzoek.
De Hoge Raad bevestigt het oordeel van het Hof en wijst het cassatieberoep af. De Hoge Raad stelt dat het vertrouwen op de fiscale behandeling niet gerechtvaardigd was omdat belanghebbende zich bewust moest zijn van de onjuiste toepassing van de regeling. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep ongegrond en bevestigt de naheffingsaanslag omzetbelasting.