ECLI:NL:HR:2003:AF4069
Hoge Raad
- Cassatie
- G.J. Zuurmond
- F.W.G.M. van Brunschot
- D.G. van Vliet
- C.B. Bavinck
- J.W. van den Berge
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over verliesverrekening binnen fiscale eenheid vennootschapsbelasting
Belanghebbende, een vennootschap die sinds 1992 een fiscale eenheid vormt met haar dochtermaatschappijen, leed in 1996 een verlies van ruim 26 miljoen gulden. Een deel van dit verlies werd door de Inspecteur verrekend met de winst over 1994, maar belanghebbende wilde het volledige resterende verlies verrekenen. Na bezwaar en beroep bij het Hof Arnhem werd het standpunt van de Inspecteur bevestigd, waarna belanghebbende cassatie instelde.
De Hoge Raad oordeelt dat de standaardvoorwaarden voor fiscale eenheden, zoals opgenomen in de resolutie van de Staatssecretaris van Financiën, beleidsregels zijn die moeten worden gehanteerd. Het Hof had ten onrechte geoordeeld dat voor de verliesverrekening een afzonderlijke winstberekening per dochtermaatschappij moest plaatsvinden. De Hoge Raad stelt dat omdat de dochtermaatschappijen C en D al vóór het verenigingstijdstip met belanghebbende waren verenigd, geen afzonderlijke winstberekening nodig is.
Daarmee kan het volledige verlies van 1996 worden verrekend met de winst over 1994. De Hoge Raad vernietigt het arrest van het Hof en de beschikking van de Inspecteur, wijzigt het verliesbedrag dat verrekend mag worden, en veroordeelt de Staat in de proceskosten.
Uitkomst: Het volledige verlies van 1996 mag worden verrekend met de winst over 1994 binnen de fiscale eenheid.