ECLI:NL:HR:2003:AL8442
Hoge Raad
- Cassatie
- R. Herrmann
- J.B. Fleers
- H.A.M. Aaftink
- D.H. Beukenhorst
- A.M.J. van Buchem-Spapens
- F.B. Bakels
- Rechtspraak.nl
Verplichting tot medewerking aan bloedafname voor HIV-onderzoek na medische behandeling
In deze zaak vorderde een arts-assistent kaakchirurgie, na een medische behandeling waarbij hij zich in een instrument had gesneden en mogelijk met het bloed van de patiënt in aanraking was gekomen, dat de patiënt meewerkte aan een bloedafname voor een HIV-onderzoek. De patiënt, die destijds gedetineerd was, weigerde aanvankelijk mee te werken.
De rechtbank en het hof wezen de vordering van de arts toe. Het hof overwoog dat het grondrecht op lichamelijke integriteit en privacy van de patiënt grenzen kent die kunnen worden overschreden op grond van redelijkheid en billijkheid, mede gelet op de medische behandelingsovereenkomst. Het hof stelde dat de patiënt ook na beëindiging van de behandelingsovereenkomst binnen redelijke grenzen verplicht kan zijn mee te werken om schade voor de arts te beperken.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van de patiënt. Hij oordeelde dat het hof terecht had geoordeeld dat de patiënt gehouden was mee te werken aan het bloedonderzoek. De belangenafweging tussen de geringe inbreuk op de privacy van de patiënt en het zwaarwegende belang van de arts om zekerheid te krijgen over mogelijke besmetting met HIV was juist gemaakt.
De Hoge Raad veroordeelde de patiënt tevens in de proceskosten van het cassatiegeding.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat de patiënt verplicht is mee te werken aan bloedafname voor HIV-onderzoek en wijst het cassatieberoep af.